|
“Verkregen in dienst van het Vaderland” |
|||||||||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||||||||
|
Klik hier voor Wim Elgers |
|||||||||||||||
|
Op 10 december 1946 werd aan het Korps Mariniers de Militaire Willemsorde 4e klas toegekend voor hun aandeel in de strijd tegen de vijand. Dat gebeurde tijdens het 281 jaar bestaan van het korps op de Coolsingel in het toen nog gehavend Rotterdam. Deze hoge onderscheiding was een blijk van uitzonderlijke waardering voor het korps mariniers als geheel en ieders persoonlijke inzet daarbij. |
|
Hans Slijkhuis |
|
Voor meer informatie verwijs ik u naar de vereniging van dragers Bronzen Leeuw en Bronzen Kruis alsmede naar de Nederlandse Kanselarij voor Ridderorden en Erentekens . |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||
![]() |
|||||||||
|
Wim Elgers, kapitein der mariniers bd. en drager van het Bronzen Kruis |
|||||||||
|
Voorwoord |
|||||||||
|
Onder de ouderen van ons behoef ik niet te vertellen wie Wim Elgers is en de wat jongere collega’s kunnen, in zijn eigen inbreng, zijn diensttijd bij Ons Korps lezen. Wim was een marinier pur sang met een grote loyaliteit, inzet,kennis en plichtsbetrachting. In het onderstaande verhaal kunt u zijn loopbaan en ervaringen bij het Korps Mariniers lezen en die ik hoop te voorzien van enkele foto’s uit zijn eigen collectie. Mannen van dat kaliber behoren thuis op de pagina “Ererol” Ik laat Wim nu verder zelf aan het woord en wens u veel leesplezier. Met blijvend respect, Hans Slijkhuis. |
![]() |
|||||||
|
Wim in Nieuw Guinea met een collega van het PVK |
|||||||
![]() |
|||||||
|
Mijn verhaal |
|||||||
|
Vele malen is mij gevraagd een verhaal te schrijven over mijn carrière bij de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers in het bijzonder.
Daar had ik even moeite mee. Iets schrijven over jezelf moet je nooit doen, dat doen anderen wel als je weg bent. Maar toch!
Ik zal mij eerst zelf eens voorstellen, Mijn naam is Wim Elgers, kapitein der mariniers b.d., secretaris en penningmeester van de vereniging Dragers Militaire Dapperheidsonderscheidingen, waarin opgenomen de Dragers van de Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van Verdienste en het Vliegerkruis.
Op 4 februari 2008 ben ik lid geworden van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO). De reden dat ik ben aangesloten bij de BNMO komt omdat ik op 19 september 2005 getroffen werd door een beroerte (Tia) en dat volgens de neuroloog te maken had met mijn jarenlange nachtmerries over de strijd in Nieuw Guinea 1961-1962 en ik daardoor niet de nachtrust verkreeg die noodzakelijk was. Na de beroerte zijn de nachtmerries tijdelijk verdwenen.
Voor die beroerte ben ik negen dagen in behandeling geweest in het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond en daar ben ik nog steeds onder controle bij de neuroloog.
Ook ben ik in behandeling geweest in het Sinaï Centrum in Amersfoort, daar heeft de psychiater mij onderzocht en uiteindelijk vrijgegeven met de uitdrukkelijke opmerking, “als de nachtmerries weer de kop opsteken, moet je vroegtijdig aan de bel trekken”. De nachtmerries zijn weer terug gekomen en ik heb de BNMO om maatschappelijke hulp en begeleiding verzocht.
De maatschappelijke werker van de BNMO heeft de zaak in behandeling genomen en heeft mij een rekest laten indienen om in aanmerking te komen voor een officiële erkenning die daaraan ten grondslag ligt.
Op 11 juli 2008 is bij de psychische keuring vastgesteld dat ik een chronische posttraumatische stresstoornis met verlaat begin heb, waarop op 4 november 2008 door het ABP een besluit werd genomen met de beslissing: “Er is verband aanvaard tussen de uitoefening van de militaire dienst en de bij u bestaande psychische aandoening” en daardoor erkend.
Ik ben onderscheiden met:
Bij de brief van 25 mei 2009 werd mij door de Hoofddirecteur Personeel, Luitenant-generaal J.G.A. Leijh meegedeeld dat het Draaginsigne Gewonden aan mij is toegekend met de volgende omschrijving. “Met genoegen kan ik u berichten dat de Minister heeft besloten, als blijk van respect en waardering voor uw dienstverrichtingen onder buitengewoon moeilijke omstandigheden en waarvan u de gevolgen tot op heden ervaart, het draaginsigne aan u toe te kennen.
Ook ben ik drager van het Draaginsigne Veteranen dit vanwege het feit dat ik een Nieuw Guinea en Midden Oosten Veteraan ben.
Ik kwam op 24 augustus 1959 bij de “Van Ghentkazerne” te Rotterdam op als zeventienjarige jongen om daar de mariniersopleiding te gaan volgen.
Ik kwam uit Tegelen in de provincie, Noord Limburg, maar had het daar door omstandigheden niet zo naar mijn zin.
Ik was blij dat ik op mijn zeventiende levensjaar naar het Korps Mariniers mocht. Op de marinierskazerne kreeg ik het pas goed. Daar heerste een grote mate van saamhorigheid en een echte korpsgeest die mij wel aanstond. Wel gold er een zware discipline.
Anderhalf jaar na opkomst in Rotterdam volgde ik als marinier de pittige opleiding bij het Korps Commandotroepen van de Koninklijke Landmacht in Roosendaal. De Commando opleiding heb ik met succes behaald en ik mocht mij ook drager van de groene baret noemen.
In 1961 heb ik een verzoek ingediend om te mogen dienen in Nieuw Guinea. Mijn opleiding bij het Korps Mariniers, de Commando opleiding bij het Korps Commandotroepen en daarna nog een aantal specialistische opleidingen waren voldoende om in Nieuw Guinea goed te kunnen functioneren. 19 Jaar was ik toen ik vertrok naar Nieuw Guinea, om deel uit te maken van het Verkenning en inlichtingenpeloton (V&I peloton) van het 2e en later 4e infanteriebataljon van de mariniers.
De vele patrouilles die na dagen en weken lopen in de jungle door dicht begroeide en bergachtige omgeving op zoek naar Indonesische infiltranten, werden onder zeer moeilijke omstandigheden uitgevoerd met een verhoogd risico voor persoonlijke veiligheid en gezondheid. (T.w. verkenningspatrouilles, opsporingspatrouilles, gevechtspatrouilles, het leggen van hinderlagen; Malaria, dysenterie, koorts, huiduitslag, tropenzweren, mijnwormen, schurft en andere kwalen).
We werkten vanuit Biak V&I peloton 2 en later ook vanuit Manokwari V&I peloton 4 en waren allemaal mariniers met een groene baret. We zwierven over Nieuw Guinea en gingen op de vijand af zodra er meldingen binnenkwamen.
Een keer hebben we zelfs een 54 daagse patrouille in de jungle gehouden. We hadden rijst bij ons, maar aten verder van het land. We vingen vis en wilde varkens en deden ons tegoed aan delen van de meripapalm. Daaruit kon je wit spul halen met een bloemkoolsmaak. Of we aten ‘kangoon’, een soort spinazie die je wel moest koken, anders smaakte deze uiterst bitter.” Het klamme klimaat was funest voor de kleding en uitrusting. Je uniform trok je zo in stukken uit elkaar, het rotte weg van je lijf. De jungleboots krompen door het vocht. Daar maakten we dan maar gaten in om je beknelde tenen eruit te kunnen laten.
Los van de natuur als tegenstander, hadden we te maken met Indonesische infiltranten en parachutisten van de Pati-Mura een elite eenheid van de Indonesische landmacht.
Wij waren weliswaar slechts met een peloton – in totaal met drieëntwintig man – en niet met een compagnie op pad, maar we gingen toch altijd het gevecht aan. Wij pasten guerrillatactieken toe. Kwamen we onder vuur te liggen, dan beantwoordden we dat onmiddellijk, terwijl we oprukten naar voren. Dat verraste de tegenstander.
We waren goed bewapend met de Uzipistoolmitrailleur, het Browning automatische geweer en de punt dertig mitrailleur. We leverden strijd op leven en dood. Dat gebeurt nu eenmaal zo. Loopt het goed af, dan ga je gewoon weer verder met je opdracht…’.”
Het ging er heftig aan toe, dit bleekt wel uit de getuigenverslagen van mijn commandanten, Onderofficieren en collega’s waardoor ik werd onderscheiden met de Koninklijke militaire dapperheidsonderscheiding het Bronzen Kruis. Met de omschrijving, heeft zich in de periode van 9 mei tot 18 augustus 1962 meermalen onderscheiden door moedig optreden tegenover de vijand. Tijdens meerdere acties viel ik – toen nog in de stand van marinier der eerste klasse – in positief opzicht op.
Dat gebeurde zowel bijvoorbeeld op 29 mei 1962, toen wij onder zwaar vijandelijk vuur met onze eenheid voorwaarts gingen onder leiding van de Eltmarns Henk C, de Roode, die op een meer dan voortreffelijke en fanatieke wijze de aanval leidde waardoor onze eenheid een essentiële bijdrage leverde bij het verdrijven van een vijandelijke eenheid van een tactisch belangrijke heuvel.
Sergeant der mariniers Jos Mol en ik stormde samen als eerste de heuvel op. Door de enorme kogelregen van de vijand moesten wij samen in dekking gaan achter twee omgevallen boomstammen. Op dat moment werd ik overvallen door vrees maar na enkele seconden had ik deze vrees weer onder controle, ik kwam al vurend weer overeind en ging samen met sergeant Mol gevolgd door de rest van het peloton met hevig vuur en beweging voorwaarts en verdreven wij gezamenlijk de vijand.
Onze opdracht was; “Zo snel mogelijk door agressief optreden de op het Onin-schiereiland afgesprongen parachutisten te vernietigen” Bij deze actie en voor andere acties werd de marinier der 1e klasse C.L. Valentijn bij Koninklijk Besluit door Hare Majesteit Koningin Juliana met het Kruis van Verdienste onderscheiden wegens: “Heeft zich in de periode van maart tot en met juni 1962 in verband met acties tegen de vijand in de omgeving van het Onin-schiereiland (Nederlands Nieuw-Guinea) meerdere malen onderscheiden door moedig en beleidvol optreden. Dank zij zijn hoog moreel en goed leiderschap wist hij door voortdurende en rusteloze patrouillegang met zijn peloton de tegenstander veel afbreuk te doen”.
Naar later bleek zaten hier ongeveer 180 Indonesische para’s. De Elntmarns de Roode heeft zich als Eerste-luitenant commandant van het V& I peloton herhaaldelijk onderscheiden door moedig optreden tegen de vijand. Hij werd onderscheiden met het Bronzen Kruis wegens:
Heeft zich als eerste-luitenant, commandant van een V en I-peloton herhaaldelijk onderscheiden door moedig optreden tegen de vijand in NED. NIEUW-GUINEA, onder meer door op 10 juni 1962 in de omgeving van de Kampong MANDONI door onversaagde en hardnekkige patrouillegang, de, numerieke sterkere, vijand op te sporen en deze bij het daaropvolgend vuurcontact op de vlucht te jagen met achterlating van wapens, munitie en uitrusting.
Op 14 augustus 1962 nabij kampong Weij op Zuid-Missool tijdens een verkennings- en opsporingpatrouille waarbij wij in een hinderlaag liepen, gingen wij weer vol het gevecht aan om uit deze levensgevaarlijke gevaarlijke situatie te komen en de vijand te vernietigen of te verdrijven.
Hier bleek achteraf dat de Indonesiërs plusminus 120 man sterk waren. Tijdens dit hevig vuurgevecht werd de Elntmarns Hans Woortman zwaar gewond, deze Luitenant was een bedreven leider en een goed voorbeeld voor zijn peloton tijdens de gevechten. Luitenant Woortman heeft zich in de strijd tegen de vijand meermalen onderscheiden door moedig optreden. Hij werd onderscheiden met het Bronzen Kruis, wegens:
“Heeft zich in de in de strijd tegen de vijand in Nederlands Nieuw-Guinea meermalen onderscheiden door moedig optreden, onder meer door op 27 maart 1962 op het eiland GAG, toen hij als commandant van een verkenningspatrouille ter sterkte van 8 man op een numeriek sterkere vijand stootte en door snel en beslist optreden erin slaagde deze op de vlucht te jagen waarbij aan de vijand enkele verliezen werden toegebracht en een hoeveelheid wapens en uitrusting werd buitgemaakt”.
Tijdens deze aanval stormde op eigen initiatief de marinier der eerste klasse Harry Bremer naar voren bracht zijn mitrailleur in stelling, terwijl op hetzelfde moment de vijand hevig vurend de heuvel kwam afstormen. Daar ertussen hem (Bremer) en de aanstormende vijand nog enige mariniers bevonden wachtte de marinier Bremer op zeer koelbloedige wijze met vuren totdat deze mariniers met vuur en beweging waren teruggetrokken en opende daarna onmiddellijk het vuur op de aanstormende vijand.
Aanvankelijk lag zijn vuur te laag, waarop Bremer snel de klemmoer van zijn mitrailleur losmaakte en zijn wapen achterovertrok, zodat deze slechts rustte op de twee achterpoten van de driepoot. Bremer bleef rustig achter zijn wapen zitten en vuurde onverschrokken door met korte vuurstoten op de steeds dichter naderende vijand.
Op vijftien meter voor de mitrailleur staakte de vijand plotseling zijn tegenaanval en vluchtte luid schreeuwend naar links en rechts het beboste zijterrein in. Het zeer kordate optreden van de marinier der eerste klasse Harry Bremer wist het peloton voor ernstiger gevolgen te behoeden. Harry Bremer heeft zich in deze strijd tegen de vijand bijzonder moedig en beleidvol onderscheiden.
Hij werd onderscheiden met de Bronzen Leeuw wegens: Heeft zich op 14 augustus 1962 bij de kampong Wey op het eiland Misool (NED.-NIEUW-GUINEA) onderscheiden door bijzonder moedig en beleidvol optreden in de strijd tegenover de vijand door, toen de eenheid waartoe hij behoorde door zwaar vijandelijk vuur werd verrast, op eigener initiatief met zijn mitrailleur .30 uit de achterste gelederen naar voren te komen, een vuuropstelling te kiezen en door beheerst gericht vuur de vijand, die al vurend met automatische wapens opdrong, te dwingen de aanval af te breken en te vluchten”.
De Marinier-zeemilicien P.M.G.C. Mannie sneuvelde tijdens deze actie. Op dat ogenblik kroop ik het voorterrein in, terwijl ik dacht de zwaargewonde marinier Mannie in veiligheid te kunnen brengen. Helaas overleed deze alsnog ter plekke. De ironie wil dat een dag later op 15 augustus 1962 het staakt-het-vuren werd overeengekomen.
Peter Mannie werd onmiddellijk met Hr. Ms. Luijmes naar Sorong gebracht en daar met militaire eer begraven. Later werd zijn lichaam, net als van alle andere Nederlandse gesneuvelden, naar Nederland teruggebracht.
In Nieuw-Guinea en ook bij de herbegrafenis in Tilburg was niemand van ons peloton bij de begrafenis uitgenodigd door Defensie, wat als zeer kwetsend en deprimerend werd ervaren. De familie van Peter Mannie in Nederland kreeg van de pastoor te horen dan hun zoon en broer op de dag voor de ondertekening van het akkoord was gesneuveld. Vader Mannie raakte in een enorme depressie en het gezin werd verscheurd. Bijna veertig jaar na zijn overlijden is Peter Mannie op 6 maart 2002 op Ereveld Loenen herbegraven. Dit op mijn initiatief en met toestemming van de broers en zusters van Peter Mannie en uiteraard in samenwerking met de Oorlogsgravenstichting, die al het werk hebben verricht. Dit was een verzachtende pleister op de wonde.
In de ogen van mijn collega’s en meerderen had ik een ‘blijk van dapperheid, juist initiatief en een grote mate van opofferingsgezindheid’ aan den dag gelegd. Daarmee had ik in hun ogen ‘een zeer goede invloed op het moreel van de mariniers’ gehad.
Voor de strijd in Nederlands Nieuw Guinea zijn in totaal 29 militairen en 1 burger onderscheiden met een Koninklijke Militaire Dapperheidsonderscheiding. T.w.
3 x de Bronzen Leeuw waarvan: 1 Bronzen Leeuw bij het Korps mariniers Marn 1 A. Bremer 2 Bronzen Leeuwen bij de Koninklijke Landmacht Sergeant 1 C.M. Geelhoed Sergeant A.P.H. Hagemeijer 20 x het Bronzen Kruis waarvan: 13 Bronzen Kruizen bij het Korps mariniers Marn 2 zm J. Briggeman Marn 1 W.F.J. Elgers Marn 2 zm P.M. Janssen Kplmarns H.J.R. Offermans Kplmarns J.B. de Rode Kaptmarns H.C, de Roode Marn 2 zm J.L. Rooseboom Sgtmarns G. Schoeman Kaptmarns R. Smagge Sgtmarns W. Stroop Marn 2 zm F.L. Tiemes Marn 2 zm A. de Waal Eltmarns Mr. drs. J.A. Woortman 3 Bronzen Kruizen bij de Koninklijke Landmacht Dpl. Sld 1 J. Bood T/Res Tltnt C.H.L.M. Moreu Res. Elnt J.C.S. van Nassau 1 Bronzen Kruis bij de Koninklijke Marine Zvp 1 J.D. Boon 1 Bronzen Kruis bij de Marine Luchtvaart Dienst Ltz2oc R.R. Soffner 2 Bronzen Kruizen bij de Politie Inspecteur 2 F.O.V. Brinkman Inspecteur 2 J. Dekker 7 x het Kruis van Verdienste waarvan: 4 Kruizen van Verdienste bij het Korps mariniers Marn 2 zm L.A. Bellekom Elntmarns T.H.F. van Hees Elntmarns W. Kayzer Kplmarns R. Kosse 1 Kruis van Verdienste bij de Koninklijke Landmacht Elnt sd H. Poortman 1 Kruis van Verdienste bij de Marine Luchtvaart Dienst Smjr vlieger F.C. de Roo 1 Kruis van Verdienste bij de Helikopter Mij. “World Wide” Manager en vlieger F. Hasselman
Onderstaand kunt u lezen een voordracht gericht aan de minister van defensie (marine) met daarbij diverse verklaringen van commanderende officieren, onderofficieren en collega, s.
Voordracht gericht aan de minister van defensie (marine) ’s-Gravenhage d.t.v. commandant korps mariniers.
Hierbij heb ik de eer bij Uwer Excellentie ingevolge CZ 1571a voor te dragen voor een militaire eerbeloning marinier der eerste klasse W.F.J. Elgers (10248) Tijdens gevechtsacties tegen Indonesische infiltranten en parachutisten heeft hij achtereen volgens ingedeeld bij het verkennings- en inlichtingenpeloton van het tweede en vierde infanterie bataljon zich bij voortduring voorbeeldig gedragen en daarbij blijk gegeven van dapperheid, juist initiatief en grote mate van opofferingsgezindheid. Dit is o.a. gebleken tijdens gevechtsacties op 29 mei 1962 waarbij een aanval werd ingezet op een vijandelijke eenheid welke een heuvel bezet hield en hij daarbij grote durf en fanatisme betoonde door, ondanks het hevige vuur, op korte afstand, van vijandelijke automatische wapens die in het front van hem waren voorwaarts te blijven gaan wat een zeer goede invloed had op het moreel van de mariniers in zijn onmiddellijke omgeving. Voorts op 14 augustus 1962 tijdens een verkenningspatrouille ten Noorden van de kampong Weij op Zuid Misool, toen de patrouille onder zeer hevig vijandelijk vuur kwam te liggen, naar eigen inzicht en op zeer voortvarende wijze een vuuropstelling gekozen en de vijand onder vuur genomen totdat de aanval werd afgebroken. Toen daarna bleek dat een marinier in het voorterrein lag en die getroffen was, na bekomen toestemming deze op te gaan halen, terwijl niet bekend was of de vijand was verdwenen. Kortheidshalve moge ik verwijzen naar het gevoegde proces-verbaal en verklaring. De commandant der mariniers In Nederlands Nieuw Guinea, w.g. G.K.R. de R Kolonel der mariniers PROCES VERBAAL Op heden 28 augustus 1962 hebben wij ondergetekenden, S, R. Kapitein der Mariniers T, A Kapitein der Mariniers) beiden dienende bij de 21 ste infanterie compagnie mariniers, ons ingevolge mondelinge last van de commandant van die compagnie verenigd, teneinde een onderzoek in te stellen naar het optreden van de Marinier der eerste klasse Elgers, W.F.J., welk optreden er aanleiding voor geeft, betrokkene voor te dragen voor de toekenning van een militaire eerbeloning.
Te dien einde hebben wij voor ons doen verschijnen de Sergeant der Mariniers B, W.T. oud 35 jaar, die ons desgevraagd het volgende verklaarde:
Ik dien sedert 3 augustus 1961 bij het verkennings- en inlichtingen peloton van het 4e infanterie bataljon. De Marinier 1 Elgers heeft zich bij voortduring, bij al de acties, die wij hebben gevoerd ter bestrijding van de Indonesische parachutisten, voorbeeldig gedragen en daarbij blijk gegeven van dapperheid, juist initiatief en een grote mate van opofferingsgezindheid. Toen ons peloton op 14 augustus tijdens een verkenningspatrouille ten noorden van de kampong Weij, op Zuid Misool, plotseling onder zeer hevig vijandelijk vuur kwam te liggen, kwam Elgers die zich als opvolgend commandant van de tweede groep meer naar achteren bevond, op eigen initiatief naar voren. Bij vorige acties had Elgers reeds op dezelfde wijze gehandeld. Zijn bedoeling hiervan is, om zo snel mogelijk te weten te komen, wat er aan de hand is en teneinde te horen wat van de tweede groep verwacht wordt, om vervolgens de opdracht zo snel mogelijk over te brengen aan de commandant van de tweede groep. Zijn er geen speciale orders voor de tweede groep, dan neemt hij naar eigen inzicht op zeer voortvarende wijze aan het gevecht deel. Zo ook op 14 augustus 1962. Hij koos snel een vuurstelling, vlak bij de zojuist in stelling gebrachte mitrailleur .30 en begon de vijand, die zich op een afstand van ongeveer 50 meter voor hem, op een heuvelkam bevond, onder vuur te nemen. Toen de vijand een tegenaanval inzette, bleef Elgers ter plaatse vuren. Toen de tegenaanval op het laatste moment werd gestopt door het hevige vuur, dat de Marinier Bremer met zijn mitrailleur .30 afgaf en de vijand links en rechts het bos was ingevlucht, bemerkte Elgers, dat op een afstand van 25 meter vóór hem de Marinier Mannie lag. Hij vroeg mij onmiddellijk, of hij, onder dekking van de mitrailleur Mannie mocht ophalen. Ik gaf hem hiervoor toestemming, waarop Elgers behendig voorwaarts gaand naar Mannie toeging. Kort hierop kreeg hij versterking van de Korporaal der Mariniers Stapert en de zeemilicien Korporaal der Mariniers Breejen, de ziekenverpleger. Aanvankelijk werd Mannie door de drie mannen gedragen, vervolgens per improvisorisch gemaakte brancard een eindweegs vervoerd, maar gezien het moeilijke terrein, bleek het beste, dat één marinier hem zou dragen. Weer was het Elgers, die als eerste Mannie droeg. De Marinier Elgers wordt door de andere Mariniers van het V en I peloton gerespecteerd en als het ware op handen gedragen vanwege zijn grote moed en opofferingsgezindheid. Meer ter zake dienende heb ik niet te verklaren.” En heeft hij bij deze zijn verklaring, na voorlezing en volharding alhier ondertekend, w.g. W.T. B Vervolgens hebben wij voor ons doen verschijnen de Korporaal der Mariniers L, A.A., oud 30 jaar, die ons desgevraagd het volgende verklaarde: Ik dien sedert 28 october 1961 bij het verkennnings- en inlichtingen peloton van het 4e infanterie bataljon als commandant van de tweede groep. De Marinier der eerste klasse Elgers dient onder mij als opvolgend groepscommandant. Elgers heeft zich in de strijd tegen de Indonesische infiltranten leren kennen als een voorbeeldig Marinier. Bij alle acties was hij steeds bereid om, ondanks gevaar voor eigen leven, bepaalde, speciale opdrachten uit te voeren. Elgers bleek hierbij te beschikken over een grote mate van moed. Onder de meest gevaarlijke omstandigheden weet hij het hoofd koel te houden en een grote besluitvaardigheid en doortastend in optreden aan de dag te leggen. Hij heeft het zich tot een gewoonte gemaakt om zodra er voor in het peloton iets gebeurde, onmiddellijk zo snel mogelijk naar voren te gaan, om zich op de hoogte te stellen van de situatie. De bedoeling hiervan is, dat hij zo snel mogelijk ter plaatse orders voor de tweede groep ontvangt en deze aan mij overbrengt. Zijn er geen speciale orders voor de tweede groep, dan neemt hij naar eigen inzicht met grote voortvarendheid aan het gevecht deel. De Stimulerende invloed van Elgers op de mariniers van de groep is bepaald zeer groot. Ook bij het gevecht, ten Noorden van de kampong Weij, op Misool, ging Elgers weer, toen er plotseling hevig in het voorterrein werd gevuurd, onmiddellijk snel naar voren. Het verloop van het gevecht daar was zo snel, dat er geen order voor de tweede groep gegeven kon worden. Elgers zocht dan ook onmiddellijk een goede vuuropstelling en nam de vijand onder vuur. Ik heb niet gezien dat Elgers onder dekking van de mitrailleur alleen naar voren is gegaan om de Marinier Mannie uit het voorterrein te halen. Wel heb ik dit gehoord van andere mariniers, zeer kort nadat het was gebeurd, wat voor mij wel het bewijs is, dat het optreden van Elgers met betrekking tot het, met gevaar voor eigen leven, ophalen van zijn gesneuvelde kameraad bepaald indruk heeft gemaakt. We zijn het allen over eens, dat Elgers zich bij gevechten in de afgelopen tijd zeer moedig heeft gedragen en dat hij hierdoor een zeer goed voorbeeld was voor de andere Mariniers. Meer ter zake dienende heb ik niet te verklaren.‘ En heeft bij deze zijn verklaring, na voorlezing en volharding alhier ondertekend. w.g. A.A. L
Tenslotte hebben wij voor ons doen verschijnen de Zeemilicien Marinier der derde klasse H, H.T.H., oud 19 jaar, die ons desgevraagd het volgende verklaarde: “Ik dien sedert 23 maart 1962 bij het Verkennings- en Inlichtingen peloton van het vierde infanterie bataljon als automatischegeweerschutter. De Marinier Elgers, mijn opvolgend groepscommandant staat bij ons zeer hoog aangeschreven, vanwege zijn persoonlijke moed en de wijze waarop hij steeds onverschrokken en zonder te letten op gevaar voor eigen leven, optreedt in het gevecht tegen de vijand. Hij blijft bij dit optreden altijd volkomen kalm en geeft ons, wanneer dit nodig is heel kort, en duidelijk zijn orders. Toen het voorste deel van ons peloton bij de verkenning ten Noorden van Weij, op 14 augustus 1962 plotseling zeer hevig onder vuur genomen werd, ging Elgers weer zoals gewoonlijk snel naar voren om zich op de hoogte te stellen van wat er gebeurde. Aangezien ik op dat moment de enige BAG dragende was in het V en I peloton kreeg ik de opdracht, om met mijn BAG ook naar voren te gaan, teneinde de vuurkracht van de voorste groep te verhogen. Ik ben hierop in stelling gegaan op een plaats, van waaruit ik de vijand kon bevuren. Dit was op ongeveer dezelfde hoogte en circa 15 meter links van de plaats, waar de Marinier 1 Bremer met zijn mitrailleur .30 in stelling had gebracht. Juist toen ik de vuurstelling had ingenomen, begon de vijand met naar schatting 12 man, een tegenaanval. Ik heb op deze vijand hevig vuur afgegeven. Ook Bremer vuurde met zijn mitrailleur. Toen de vijandelijke aanval was gestopt en de vijand was gevlucht, zag ik dat de Marinier 1 Elgers onder dekking van de mitrailleur naar voren ging. Het waren zeer spannende ogenblikken, want eigenlijk vermoedden wij allemaal, dat er nog vijand op de heuvelkam was achtergebleven en dat er elk moment gevuurd kon worden. Ik had in elk geval mijn BAG vuurgereed en gericht op deze kam. Om op het eerste teken van vijandelijke actie vuur uit te kunnen brengen. Elgers bereikte de Marinier Mannie en deed een poging om hem omlaag te slepen. Dit gelukte hem slechts een klein stuk, want hij moest Mannie daarna over een omgevallen boomstam heen werken. Toen gingen ook de Korporaal der Mariniers Stapert en de zeemilicein Korporaal der Mariniers Breejen naar voren, waarna ze gedrieën de reeds overleden Marinier Mannie naar achteren afvoerden Ik heb diep respect voor het optreden van Elgers. Meer ter zake dienende heb ik niet te verklaren.´ En heeft bij deze zijn verklaringen, na voorlezing en volharding alhier ondertekend w.g. H.T.H. H De commissie is naar aanleiding van bovenstaande verklaringen van mening dat de Marinier der eerste klasse Elgers, W.F.J.’ zich in de strijd tegen de Indonesische infiltranten dapper heeft gedragen en een grote opofferingsgezindheid heeft getoond. En heeft mij hiervan opgemaakt dit proces verbaal ten dage en jare als boven vermeld teneinde te dienen, waar zulks zal blijken te behoren.
De Commandant w.g. A.J. R
Verklaringen betreffende de gedragingen van de marinier der eerste klasse W.F.J. Elgers, . De marinier der eerste klasse W.F.J. Elgers, oud volgens eigen opgave 20 jaar, heeft zich dienende als verkenner/waarnemer commandogroep V en I peloton 2e inbat op de volgende wijze onderscheiden. Betrokkene heeft gedurende het tijdvak 9 mei 1962 tot 15 juni 1962 e functie van verkenner/waarnemer op uitmuntende wijze verricht en door zijn plichtsbetrachting, enthousiasme, fanatisme en bekwaamheid zijn mede mariniers voortdurend geïnspireerd tot zeer goede prestaties en hoog moreel. Tijdens gevechtsacties heeft betrokkene getoond zeer goede capaciteiten te bezitten, waarbij zijn dapperheid, fanatisme en uithoudingsvermogen op opvallende wijze op de voorgrond traden. Gedurende een gevechtsactie op 29 mei 1962 waarbij een aanval werd ingezet op een vijandelijke eenheid welke een heuvel bezet hield was betrokkene ingedeeld als karabijnschutter bij de aanvalseenheid van het V en I peloton. Betrokkene heeft daarbij grote durf en fanatisme betoont door, ondanks hevig vuren en op korte afstand van vijandelijke automatische wapens welke zich in het front van hem bevonden, met vuur en beweging voorwaarts te blijven gaan wat een zeer goede invloed had op het moreel van de mariniers in zijn onmiddellijke omgeving. Bij vele patrouilles en in de verschillende wachtfuncties in de schuilbivakken heeft de marinier Elgers zich te allen tijde op bijzonder goede wijze van zijn taak gekweten en heeft door zijn gedragingen in het algemeen een zeer goede invloed op de troep uitgeoefend.
Ondergetekenden getuigen
H.C. de R ELNTMARNS
W. de B SMJRMARNS
A.H. M SGTMARNS
K.L. V KPLMARNS
Gezien De commandat E.E.T. D MAJMARNS
Naar aanleiding van bovengenoemd onderzoek en verklaringen werd aan mij op 19 april 1963 bij Koninklijk Besluit het Bronzen Kruis toegekend door Hare Majesteit Koningin Juliana. Mijn onderscheiding “het Bronzen Kruis” ontving ik uit handen van de toenmalige Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, Vice-admiraal A.H.J. van der Schatte Olivier aan boord van het vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman. Het Koninklijk Besluit luidde als volgt:
UITTREKSEL 27 maart 1963 no. 98
Besluit houdende te verlenen onderscheidingen in verband met bijzondere verdiensten gedurende vijandelijke acties in Nederlands Nieuw-Guinea in 1962
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz., enz., enz.,
Op voordracht van Onze Minister van defensie van 25 maart 1963 no. 854683/852287;
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN: Toe te kennen het “Bronzen Kruis” aan
marinier der 1e klasse W. F. J. Elgers (010248) wegens: “Heeft zich in de periode van 9 mei tot 18 augustus 1962 meermalen onderscheiden door moedig optreden tegenover de vijand in Nederlands Nieuw-Guinea, onder meer door op 14 augustus 1962, toen het voorste deel van de eenheid waartoe hij behoorde, door automatisch vijandelijk vuur was gebonden, naar voren te komen, opstelling te kiezen in de nabijheid van een aldaar opgestelde mitrailleur en tijdens de daaropvolgende aanval van de vijand te blijven vuren tot deze gedwongen werd de aanval te staken”. Enz.
Onze minister enz.
De minister van defensie, (get.) Ir. S.H. Visser
Hoe kom je aan een Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van Verdienste of aan het Vliegerkruis, allen Koninklijke Militaire Dapperheidsonderscheidingen.
De formele grondslagen voor toekenning van de Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van Verdienste en het Vliegerkruis zijn als volgt geformuleerd: De Bronzen Leeuw (BL) ingesteld bij Koninklijk Besluit van 30 maart 1944, kan worden toegekend aan militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich in de strijd tegenover de vijand door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden hebben onderscheiden. Sinds 1944 is de Bronzen Leeuw 1208 keer uitgereikt.
Het Bronzen Kruis (BK) ingesteld bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1940, kan worden toegekend aan militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich door moedig of beleidvol optreden tegenover de vijand hebben onderscheiden. Sinds 1940 is het Bronzen Kruis 3449 keer uitgereikt.
Het Kruis van Verdienste (KV) ingesteld bij Koninklijk Besluit van 20 februari 1941, kan worden toegekend aan Nederlandse onderdanen of vreemdelingen, die zich in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden hebben onderscheiden en daarmede het belang van het Koninkrijk hebben gediend. Sinds 1941 is het Kruis van Verdienste 2061 keer uitgereikt.
Het Vliegerkruis (VK) ingesteld bij Koninklijk Besluit van 28 augustus 1941, kan worden toegekend aan militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich door daden van initiatief, moed en volharding tegenover de vijand dan wel in verband met vijandelijke actie, hebben onderscheiden en deze daden hebben bedreven gedurende een of meer vluchten in een luchtvaartuig. Sinds 1941 is het Vliegerkruis 735 keer uitgereikt.
Uit mijn ervaring destijds als jonge drager van een Bronzen Kruis en in gesprekken met de nieuwe dragers van een Koninklijke militaire dapperheidsonderscheiding uit de recente periode van de KM, KL en de Klu blijkt dat er toch mensen zijn die jaloers op de dragers van een dapperheidsonderscheiding zijn en hun dan ook vaak onvriendelijk behandelen. Dit zou een halt toegeroepen moeten worden. Het is niet alleen oneerlijk maar getuigd ook niet van onderling respect en waardering. Een drager van een dapperheidsonderscheiding heeft zichzelf niet voorgedragen.
Een drager van een dapperheidsonderscheiding heeft zichzelf niet voorgedragen. Dat doet zijn commandant. De hogere commandant laat een onderzoek instellen en getuigen aan het woord zodat deze een duidelijk beeld krijgt van het gebeurde.
De hogere commandant doet in een Proces Verbaal zijn voorstel tot een militaire eerbeloning en stuurt deze naar de Commissie Dapperheidsonderscheidingen. Deze Commissie beoordeelt het voorstel en komt met een voordracht waarin zij voorstellen welke onderscheiding in aanmerking zou moeten komen bij deze voordracht.
Bijvoorbeeld Ridder Militaire Willems-Orde, de Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van Verdienste en/of het Vliegerkruis. Deze voordracht gaat dan naar de Minister van Defensie en die doet indien hij daaraan zijn goedkeuring hecht de voordracht aanbieden aan Hare Majesteit de Koningin die de voordracht bij Koninklijk Besluit goedkeurt. Daarna kan worden overgegaan naar een officiële uitreiking. Op 26 mei1990 vertrok ik in de rang van kapitein der mariniers naar Israël om me daar te melden als militair waarnemer bij de United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) te Jeruzalem. Na een introductie van drie dagen werd ik naar mijn eerste duty station gezonden in Naqoura, in het zuiden van Libanon. Dit station is de basis van de Observer Group Lebanon (OGL) Mijn taak bestond uit het bezetten van de diverse observatieposten. Ik diende er volgens de gestelde regels te observeren, en te rapporteren aan het Hoofdkwartier UNTSO in Naqoura. De incidenten die ik moest melden waren meestal eenzijdige grensoverschrijdingen door Israël van troepen en materieel, zowel in de lucht als op het land. De OGL was voor mij een goede voorbereiding op mijn latere plaatsing bij de Obser Group Beiroet. Op 13 oktober 1990 viel Syrië Libanon binnen. Deze interventie gebeurde overigens op verzoek van de toenmalige president van Libanon, om de macht van generaal Michel Aoun omver te werpen. De met de inval gepaard gaande bombardementen verwoestten die gedeeltes van Beiroet die tijdens de 16-jarige burgeroorlog en de Israëlische inval in 1982 gespaard waren gebleven. Ook Villa Tarazi waar de Observer Group Beiroet (OGB) was gehuisvest, werd getroffen, Twee weken na de inval kreeg kapitein der mariniers Rik van der Maas een eervolle vermelding. Generaal Martin Vadset, chef-staf van de UNTSO, kende deze eervolle vermelding toe, wegens het doortastende en gedisciplineerd optreden van Van der Maas op 13 oktober. Drie dagen na de Syrische inval werd ik bij de OGB geplaatst. Toen ik in Beiroet aankwam op het internationaal vliegveld, was de stad te vergelijken met Rotterdam na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Villa Tarazi ligt in de wijk Hazmieh, vlakbij de Damascus road in Oost-Beiroet. De taak van de observer group bestond uit het controleren van de situatie in en rondom Beiroet via observatiepatrouilles. Ook had de groep een liaisonfunctie: voor UNTSO en UNIFIL werd er contact onderhouden met Libanese autoriteiten. OGB had verder zitting in de Israëli Libanon Mixed Armistice Commission (ILMAC). De OGB was een “non family station”, de waarnemer mocht zijn gezin om veiligheidsredenen er niet laten verblijven. De waarnemers zelf woonden, om reden van veiligheid in het hoger gelegen Broumanna. OGB had een veel omvattende taak. Beiroet kende een mengeling aan belangengroeperingen zoals de Lebanese Forces (LF), de groep Elie Hobeika: pro Syrische Christenen, de Popular Socialist Party (PSP onder leiding van de Druus Walid Joumblatt, de Hezbolah (partij van God): de meest radicale moslims, door Iran gesteund, de Amal, onder leiding Nobih Berri: shitische moslims, gesteun door Syrië, de Libanese Communist Party, de Poplar Syrian Party en de PLO. Een waar mijnenveld om je daar doorheen te manoeuvreren. Vooral tijdens de golfoorlog waren kidnapping en aanslagen een groot gevaar, waar iedereen constant de ogen en oren voor open moest houden. Voortdurend waakzaam was dan ook het devies. Autobommen, roof, aanrandingen en geweld met de dood als gevolg, kwamen regelmatig voor, en wie daar nou precies verantwoordelijk voor waren was vaak onduidelijk. Het was een moeilijke en zenuwachtige tijd, je wist namelijk nooit waar je eventueel gevaar kon tegenkomen. De teamgeest en onderlinge kameraadschap hielden ons overeind. We konden elkaar vertrouwen. Iedereen hield zich goed aan de veiligheidsprocedures waardoor er weinig schade is aangericht en er gelukkig geen slachtoffers binnen de OGB zijn gevallen. Na een jaar in functie als militair waarnemer bij de Observer Group Libanon en de Observer Group Beirut ben ik op 1 juli 1991 weer teruggekeerd naar Nederland.
De periode dat ik in Nieuw-Guinea heb gediend zijn van invloed geweest op mijn verdere leven. Ik heb in Nieuw Guinea en in het Midden-Oosten erg veel levenservaring opgedaan, ik heb daar geleerd goed om te gaan met mensen en ieder op zijn manier te waarderen en te respecteren. Dit heeft mij in mijn verdere leven geholpen ook om standvastig te blijven in mijn overtuigingen. Daar heb ik geleerd om vakkennis, moed, initiatieven, zelfverzekerdheid en ervaringen, later om te zetten in een goed leiderschap. Hiermee verdien je niet alleen jezelf, maar ook je eenheid en in het bijzonder je mensen waar je direct verantwoordelijk voor bent. Ik weet wel dat de periode van uitzending en de gevechtsacties mij voor het leven getekend hebben. “Waar het gaat om Posttraumatische Stress Stoornis zijn een paar dingen op mij van toepassing”. Ik heb wel eens slaapproblemen en soms nachtmerries. Ook ben ik altijd overmatig alert, bij het observeren van mijn omgeving. Tenslotte kan ik niet naar oorlogsfilms kijken die zich afspelen in de jungle. Ook series als ‘Tour of Duty’ – die zich afspeelt in Vietnam – moet ik niet aanzetten. Doe ik dat wel, dan komt in mijn slaap alles weer boven. Een film als ‘De Langste Dag’ kan ik wel hebben, want die heeft een hele andere setting. Mijn loopbaan patroon is als volgt”
Datum in diensttreding 24-08-1959 als Marinier der derde klasse Op 01-09-1960 bevorderd tot Marinier der tweede klasse Op 01-10-1961 bevorderd tot Marinier der eerste klasse Op 01-11-1965 bevorderd tot Korporaal der mariniers Op 01-11-1974 bevorderd tot Sergeant der mariniers Op 01-01-1981 bevorderd tot Sergeant-majoor der mariniers Op 01-01-1987 benoemd tot Luitenant ter zee van speciale diensten der tweede klasse
Op 01-12-1993 bij Koninklijk Besluit eervol ontslag verleend, vanwege het bereiken of overschrijden van de wettelijk vastgestelde leeftijdgrens (52 jaar).
Mijn plaatsingen in alfabetische volgorde zijn als volgt geweest:
Ter afsluiting dit; Vakmanschap komt door opleiding, training en vorming. Een goed vakmanschap geeft meer zelfvertrouwen en motivatie en het geeft vertrouwen bij anderen die onder je leiding komen te staan. Wees altijd rechtvaardig en gestreng voor het personeel, begeleidt ze daar waar nodig en houdt goed in de gaten dat de beoogde resultaten worden gehaald in het voordeel van je eenheid en dat van de marinier in het bijzonder. Zorg en nazorg moeten hoog in het vaandel staan.
Ik hoop met deze korte uiteenzetting van mijn verhaal wat meer duidelijkheid te hebben kunnen geven over mijn carrière, dapperheidsonderscheidingen, leiderschap en wat de emotionele gevolgen kunnen zijn na alles wat een mens heeft kunnen meemaken. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik zielig ben geworden. |
|
Met mariniersgroet, Qua Patet Orbis |
||||||||||
|
Wim Elgers |
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
De laatste rustplaats van Peter Mannie op het Ereveld. Hij bracht het grootste offer in dienst van het Vaderland en ten behoeve van de vrede. “Peter, rust in vrede” |
||||||||||
|
Slotwoord |
||||||||||
|
Na het lezen van dit verhaal was en ben ik diep onder de indruk. Ik weet uit eigen ervaring wat Wim en zijn collega’s hebben doorstaan. Kenmerkend in het verhaal is dat Wim zich helemaal geen held voelt en dat hij zijn makkers van toen erbij betrekt en waar nodig met namen noemt. Nimmer zal hij op de voorgrond treden vanwegen zijn dapperheidsonderscheiding, Dat maakt hem juis zo dapper. Een marinier pur-sang, Met diepe gevoelens van respect, Hans Slijkhuis. |
||||||||||