|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
Om in de ziel van deze mensen te kunnen kijken, dient men het gedachtegoed van die groepering goed te beseffen en vooral te waarderen, om tot een goede invulling te komen voor het houden van een veteranendag. Het kan dan ook niet anders, dat organisatoren van zo'n dag zelf veteraan moeten zijn om tot goede resultaten te komen. Zij weten, als geen ander, wat er onder die mensen leeft en hoe ze een waardige invulling kunnen geven aan hun dag en waarbij de wensen, van iedere deelnemer, zoveel mogelijk gestalte krijgen. Het is van groot belang, dat in persoonlijke en vertrouwde gesprekken, iemand zijn persoonlijke gevoelen kan uiten tegen personen die hem begrijpen en die hij vertrouwd. Dit gebeurt dan in een ongedwongen sfeer, zonder poespas en zeker niet in aanwezigheid van vele officiële genodigden en autoriteiten die doorgaans de aandacht opeisen. |
![]() |
||
|
Officieel |
||
|
Periodiek worden er landelijk reünies gehouden van diverse onderdelen van de krijgsmacht en waarbij de ontmoetingen plaats vinden in de sfeer, zoals ik die schets en die de veteraan ambieert. Deelnemers dragen daar zelf aan bij in de kosten, hetgeen nimmer tot problemen heeft geleid. Ook daar zijn, in beperkte mate, autoriteiten of genodigde aanwezig die daar-mee, vanuit hun achterban of functie, blijk van waardering willen geven. Er is dus niets tegen officiële gasten, maar als die het hoofdthema vormen en de veteranen alleen maar gelden als zaal of tribune-vulling, dan druist dat tegen de doelstelling in en gaat men de intentie van zo'n dag voorbij. Gewoon oude collega's ontmoeten en onder het genot van een hapje en een drankje van gedachten wisselen, dat is hetgeen wat de veteraan wil. Het moet voor hem een dagje uit zijn geweest, waar hij een jaar op kan teren om het daarna weer te herhalen. |
|
|
||||||||||||||||
|
Wanneer dan ook nog, door de huidige regelgevers, een gedeelte van de gemaakte begroting van de eerste veteranen-dag, ter beschikking wordt gesteld aan deze opzet, dan is het financieel voor hen gunstiger en voor de veteraan prettiger.Laat men nu niet aankomen met het verhaal, dat dit,qua organisatie, niet mogelijk is want dat weiger ik te aanvaarden. Zou dat toch gebeuren dat moet men een andere werkcommissie instellen, uitsluitend bestaande uit veteranen en dan kan ik U verzekeren dat het wel kan. |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het gaat mij te ver om tot in de details te treden, maar neemt U nu echt van mij aan dat deze periode niet in verhouding stond tot de jaren 1961-62 . In de laatstgenoemde periode was alles stukken beter en was de waardering goed tot zeer goed, niet misplaatst. Het woon- en leefklimaat, dus op de kazerne, was prima, voeding gevarieerd en van relatief goede kwaliteit alsmede de eetgelegenheid. Koud drinken was op diverse punten op het terrein aanwezig en de medische en geestelijke gezondheidszorg functioneerde goed. Samenvattend was de tijd van 1953-55(of nog eerder) minder rooskleurig dan de periodes erna. Het is dáárom dat we goed beseffen dat de mensen van vóór 61-62 óók veteraan zijn en zelfs mogelijk, een grotere inbreng hebben gehad dan U in een betere tijd. Vergeet niet dat deze mensen voor 18 maanden uitgezonden werden en dat volbrachten onder de meest primitieve omstandigheden en in de uiterste soberheid. Ik zei U al dat op reünies dit verschil wel eens opvallend is. Evenzo ben ik er van overtuigd dat niemand daar bewust aan mee doet en dat niemand die verschillen wil maken. Voor U en mij een signaal om daar eens méér aandacht aan te schenken om op die manier het begrip van samenhorigheid en eensgezindheid een juist gestalte te geven. U zult waarschijnlijk willen weten wie ik ben. Dat kan. Ik ben Hans Slijkhuis en heb van 1947 tot 1981 bij het Korps Mariniers gediend. |
|
|
||||||||||||||||
|
De in zee gesitueerde wc's noemde men maar "huize plons" aan welke naam m.i. geen uitleg nodig is. De "Keerkring" noemde men ook wel de kringspier , alhoewel dat voornamelijk door niet luchtmachters werd gedaan. Ik noem er zomaar een paar om even het geheugen op te frissen. Waar ik echter naar toe wil is het volgende. Tot de dag dat ik met pensioen ging, t.w. maart 1981 met 34 actieve dienstjaren, had ik nog nooit gehoord van een "blauwe hap". Ik weet inmiddels wel wat men hier mee bedoeld, maar het is m.i. geen term die binnen de krijgsmacht werd gebruikt |
|
|
|
Ik denk dat er weinig studie voor nodig is om dit te begrijpen. Ditzelfde verloop doet zich ook voor binnen de strijdkrachten met dit verschil, dat de z.g. leermeester zelf voortdurend “stand-by” staat om aan ernstoperatie’s deel te nemen. Dat is geen vrije tijdbesteding van hem, maar een beroepskeuze die hij voor een langere periode aan is gegaan, waarbij hij zich volledig van de consequentie’s bewust is. Wanneer hij nu echter op een leeftijd is gekomen, dat ook hij het wat kalmer aan kan doen, lees pensioen en heeft niet het “geluk” gehad, dat hij bij een ernstoperatie betrokken is geweest, dan houdt voor hem de erkenning op. Dit is iets dat voor die mensen onverteerbaar is en wat ook aan niemand is uit te leggen. |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De persoon zelf zal heel goed begrijpen, dat hij geen oorlogsveteraan is en de reden waarom hoeft ook niemand aan hem uit te leggen, maar deze man heeft wel een dermate betrokkenheid met de strijdkrachten, dat de status van veteraan hem toekomt. Met ere zelfs. Velen van hen zijn zelfs onderscheiden met eremedaille c.q. lid in de orde van Oranje Nassau. Die kregen ze voor hun inzet, ook al was die nu net niet aan het “front”. Zo kom ik tot de conclusie, dat de status van veteraan toekomt aan iedere oudgediende en zij die in ernstoperatie’s hebben gezeten, mogen zich dan oorlogsveteraan noemen. In de literatuur en woordenboeken wordt het woord veteraan vertaald als, oud speler c.q.oud gediende uit het leger met voor de laatste categorie de eventuele toevoeging van oorlogsveteraan. Bij mijn onderdeel hanteerde men het gezegde: “oude vrienden vergeet men nimmer”. Ik weet héél zeker, dat dit ook bij de andere onderdelen zo was en is. Bedenkers van deze regelgeving denken daar waarschijnlijk anders over, maar die hebben mogelijk niet overal vrienden zitten. Denkt U s.v.p. niet, dat ik voor mezelf pleit, want ik voldoe aan alle eisen die gesteld zijn om veteraan te zijn. Echter met mij zijn er nog duizenden die dat ook doen en die, ten onrechte die status niet krijgen. Dit wilde ik even aan U kwijt. |
|
|
||||||||||||||||||||
|
Als oud veteraan met 34 actieve dienstjaren, langdurig en meerdere malen gediend hebbend in alle daarvoor in aanmerking komende buitenlandse plaatsingen, moet ik tot mijn spijt waarnemen, dat die verschillen voornamelijk worden gemaakt door een beperkte groep oudere veteranen zelf.In persoonlijke gesprekken, op reünies, probeer ik er wel eens achter te komen wat daar de achterliggende gedachten bij zijn, maar tot heden is het mij nog niet duidelijk geworden. Niemand behoeft mij en gelijk-denkende uit te leggen, dat de periode van de oudere veteranen anders was dan die van de z.g. jongere veteraan. Naar de toen geldende omstandigheden was die tijd niet beter of slechter, maar anders. Sociale en maatschappelijke ontwikkelingen en de belangen-behartiging in het algemeen hebben hier een grote bijdrage aan geleverd en dat is alleen maar positief. Ik ben er van overtuigd, dat de z.g. jongere veteraan met volle overtuiging, motivatie en inzet, uitvoering heeft gegeven aan de hem opgedragen taak, net zo als U dat, als oudere veteraan, in het verre verleden ook heb gedaan. |
|
|
||||||||||||||||
|
De jonge veteraan heeft ook het nodige ervaren. Moge er dan vele dingen ten goed zijn veranderd, de risico's en geweldspiraal is alleen maar toegenomen. Ik kan mij een goede voorstelling maken van hetgeen die mensen dagelijks in die operatiegebieden meemaken en kan daarbij niet tot een andere beoordeling komen, dan die ik de z.g. oudere veteraan toeken. Toen U en ik, als oude veteraan, de militaire dienst verlieten, hoopte wij de fakkel te kunnen doorgeven aan een generatie die, wanneer op hen een beroep zou worden gedaan, vol plichtsbesef die taak zouden uitvoeren. Velen hebben dat reeds gedaan en hun opvolgers zullen dat ook doen. |
|
waarbij ze weten, dat ze niet alleen een gevoelig oor krijgen, maar bovenal goed begrepen worden. Ook de wegen die bewandeld moeten worden om bepaalde doelstellingen te bereiken en die voor hen nog onbekend waren, worden dikwijls aangereikt. Natuurlijk is het zo, dat niet iedere reünie voor de bezoeker een geslaagde ontmoeting is en dat de verwachtingen héél anders waren dan de ontmoeting op zich. Ooit hebben wij veteranen, deel uitgemaakt van een krijgsmachtonderdeel, dat toen al vele decennia bestond en waarover we nu nog met gepaste trots vertellen. Ondanks dat we daar vele goede vrienden hebben gevonden en gemaakt, tot de dag van heden, dienden we echter niet dat groepje vrienden, maar het onderdeel waartoe we behoorden. Dat deden we weliswaar met die vrienden, maar we wisten heel goed wat en wie we dienden en dat was de eenheid waartoe we behoorden. Ná ons vertrek is die eenheid, ook met Uw inbreng en bijdrage, gewoon blijven bestaan als een groepering waar U toen zo trots op was. Met respect en begrip voor een ieders persoonlijke opvattingen en de daar aan verbonden keuzebepaling, kan ik het zelf niet zo goed plaatsen, dat veteranen van reünies weg blijven om redenen, zoals ik hier boven heb aangegeven. Overigens kan ik U vertellen, dat oud collega's doorgaans met het meeste respect worden behandeld door de z.g. jongeren en dat de gesprekken in een heel prettige sfeer verlopen met als onderwerp: "toen en nu". Het karakter van een reünie is, m.i, dat men ook deel heeft uitgemaakt van het onderdeel en er nog steeds een grote betrokkenheid mee heeft. Opgedane teleurstellingen in het verleden, zijn geen garantie voor toekomst op dat gebied. Dat was niet in het verleden, niet voor de toekomst en ook niet voor.......reünies. Gelukkig kunnen de organisatoren van de vele reünies terugzien op goede resultaten en blijft de opkomst positief. Ik kan de z.g. wegblijvers echter verzekeren, dat ze van harte welkom zijn en de vrienden van toen hun niet vergeten zijn. |
|
"TOCH EVEN DE DIENSTPLICHTIGEN" |
|
|
||||||||||||||||||||
|
De door hen voortreffelijk georganiseerde reünies en de positieve internetsites spreken boekdelen. Hun verbondenheid en trots dat ze er toen bij hoorde dragen ze op een gepaste en waardige manier. Bij mij komt echter wel eens de vraag op waar die verandering in zit van de periode van toen en de tijd van nu. Een duidelijk antwoordt heb ik er nog niet op gevonden, of het moet zijn dat het ongenoegen van toen onterecht was en dat alles relatief goed te doen was, of men romantiseert nu de tijd van toen. Misschien is het wel van beide een beetje. Deugde er toen van alles niets, nu beleefd men het als een positieve ervaring die men niet graag had willen missen. Al die mannen die ik op reünies tegenkom hebben, doorgaans, een goede verdere carrière opgebouwd en hebben, mede door die periode, een stuk ervaring in hun rugzak zitten die er mag wezen. In mijn loopbaan hoorde ik eens een bootsman zeggen; "waar gekankerd wordt heerst een gezonde stemming" Ik denk dat die man gelijk heeft gehad. Al met al heeft de dienstplichtperiode, in het algemeen, U geen schade berokkent ook al ging alles niet altijd naar wens en was Uw gemopper wel eens een klein beetje terecht. Een héél klein beetje. |
|
GEBAKKEN MARINIER. |
|
|
||||||||||||||||
|
Omdat men daarvoor niet gestudeerd behoeft te hebben en mariniers, in het algemeen, werken en handelen met een eenvoudig en normaal denkvermogen en soms wel eens wat tijd hadden,was de keus snel bepaald wie dat klusje ging doen. Daar kwam nog bij dat de mariniers en het kombuis personeel een gezonde haatliefde verhouding hadden. Dat kwam mede door het feit dat wanneer de mariniers op patrouille gingen of op bivak, altijd eerst nog een bezoek werd gebracht aan het kombuis om te kijken of er nog wat te ritselen was. Dat liep uiteen van keukenspullen tot blikken voeding en potten sambal. Alles was bij de mariniers welkom. Als de chef-kok dan weer eens iets kwijt was dan wist hij dan ook meteen in welke richting hij de dader moest zoeken al kon hij hem nooit aanwijzen. Zoals verwacht werd inderdaad dat klusje, en velen daarna, gedaan door de mariniers onder persoonlijke leiding van de majoor-kok. |
|
|
||||||||||||||||||||
|
Buitenstaanders die, als gast, dergelijke bijeenkomsten wel eens bezoeken staan dan ook altijd versteld over die marinierscultuur en proberen daar dikwijls een verklaring voor te vinden of te geven zonder dat ze daar in slagen.Er zijn zelfs z.g. wetenschappers geweest die getracht hebben er een juiste verklaring voor te geven, maar ook die bleven het antwoordt schuldig. Dit is ook moeilijk uit leggen, want als je zelf geen marinier of oud marinier bent, zul je het nimmer kunnen begrijpen laat staan het beleven. Die oud marinier behoef je het niet uit te leggen want die weet het als geen ander en die vindt het heel gewoon. Probeer het dus nooit aan iemand duidelijk te maken want dat is verloren tijd.Voor niet mariniers lijkt het marinier zijn soms op een beetje afwijkend gedrag,maar die mensen vinden weer dingen gewoon die voor een marinier absoluut onaanvaardbaar zijn. Het je houden aan gemaakte afspraken, consequent zijn en vooral duidelijk en eerlijk zijn, in hetgeen waarvoor je staat, is anno 2006 en reeds lang daar voor, een gedachtegoed wat niet of nauwelijks meer wordt gehanteerd terwijl dat voor die zelfde mariniers de normaalste zaak van de wereld is. In geval dit als afwijkend gedrag dient te worden beschouwd is de marinier inderdaad afwijkend. Maar dat is hij dan al meer dan drie eeuwen lang zonder dat hij ook maar iemand daar schade mee heeft berokkend en de meerderheid van het Nederlands publiek met trots over die zelfde marinier praat. Is de marinier dan misschien zonder zonde of fouten? Nee, natuurlijk niet. |
|
|
|||||||||||||
|
Door het behalen van een rang of een bepaalde tijd dienen wordt men geen marinier. Nee, eerst marinier worden en dan komt de rest van zelf wel. Nou, niet helemaal van zelf, je moet er natuurlijk wel iets aan doen. Er zijn mij ook gevallen bekend dat zeer gerespecteerde collega’s, om persoonlijke omstandigheden, genoodzaakt werden om bij een ander onderdeel van de krijgsmacht te dienen.Deze mensen hebben allemaal een goede carrière volbracht met een mariniers inzet en zijn altijd trouw gebleven aan het gedachtegoed van de marinier hetgeen hen geen windeieren heeft gelegd. In hun genen zijn dit ook echte mariniers. Zij zijn geen uitzondering in het begrip marinier zijn. In tegendeel zelfs, zij worden door een ieder zeer gewaardeerd en zijn altijd welkom. Hoe was het ook al weer? Inderdaad, eens marinier, altijd marinier. |
![]() |
|
Op al deze bijeenkomsten, zoals ik hier boven schets, ontmoet men personen die men waarschijnlijk nog nooit eerder heeft ontmoet of op zijn minst niet meer in het geheugen zitten. Toch is het zo alsof men die persoon al jaren lang kent en is het vrijuit en vertrouwelijk spreken iets heel gewoons. Men hoeft niets uit te leggen of toe te lichten. Ze spreken allemaal de zelfde taal en hebben de zelfde manier van denken, doen en laten. Bovendien wordt er begrip opgebracht voor ieders persoonlijke situatie en bovenal de menselijke waardering voor elkaar. Als dit afwijkend gedrag is kan ik U vertellen dat die marinier trots is op zijn afwijking en daarvoor absoluut niet behandeld wil worden omdat hij het heel gewoon vindt. |
|
|
|
Ik kan mij heel goed voorstellen dat men ergens moet beginnen en eindigen bij het toekennen van onderscheidingen en dat behoeft ook niemand mij uit te leggen, maar de grens leggen op 18 januari 1985 is voor mij onbegrijpelijk. De meeste en grootste geweldsconflicten hebben zich ver voor 1985 voorgedaan. Denk hierbij aan WO.2, Indonesië, Korea en Nieuw Guinea en de toen ook al bestaande vredesoperaties. Er zijn genoeg voorbeelden te noemen van personen die in de zelfde eenheid de zelfde operationele activiteiten hebben begaan en waarvan de een wel en de andere niet werd onderscheiden met de bedoelde medaille louter en alleen om het feit dat die ene nog enkele weken ná 18 januari in daadwerkelijk dienst was. Dat is meten met twee maten bij het toekennen van waardering, naar vele veteranen, door regelgevers waarvan men nu juist mag verwachten dat ze het tegendeel beijveren. |
|
|
||||||||||||||||
|
Men luisterde toen naar de veteraan, de man of mannen die konden rechtvaardigen dat herziening van de toekenningsprocedure bijgesteld diende te worden. |
|
|
||||||||||||||||
|
en daarmee kan aantonen dat hij ooit deel heeft uitgemaakt van een eenheid en organisatie waar men trots op kan zijn. Dan is er inderdaad een aanvangsdatum gesteld en is er, in redelijke verwachting en op dat gebied, geen kwetsbare groep binnen de veteranenorganisatie. Voor het toekennen van een algemene onderscheiding dient men ook algemeen te handelen en geen precedenten te scheppen.Bij het toekennen van persoonlijke onderscheidingen blijf ik achter het huidige beleid staan. |
|
|
||||||||||||||||
|
Nu kan ik u vertellen dat men ook al in die tijd goed was in het kanabaliseren, ofwel van twee één maken of van niets iets. |
|
|
|
Met veel improvisatie en nog meer mankracht werd een oude LCA verplaatst van Bosnik naar de nieuwe locatie van de toen in aanbouw zijnde marinekazerne op Sorido alwaar met behulp van de toen bestaande ATD een geschikte plaats werd gevonden om ook die klus te klaren, ook weer o.l.v.de kpl.Bakker. Dit moest het paradepaardje van de mariniers worden en tijd nog moeite werd gespaard om tot een goed resultaat te komen.Nu, die kwam er en hoe. |
|
|
|
vele patrouilletochten heeft gemaakt door de wateren van Nieuw Guinea. De bodem was toen wel voorzien van het juiste plaatwerk i.p.v. 40 cm beton en waren, onder de waterlijn, geen afvoergaten meer aanwezig. |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Om diverse redenen kwamen die mensen naar Nieuw Guinea en velen sloegen hun bivak op in en rond Manokwari. Het waren allemaal hard werkende mensen met een grote ondernemingsgeest en een avontuurlijke inslag. Zo ontstond er vrij snel een hechte dorpsgemeenschap waar alle, noodzakelijke,voorzieningen tot stand werden gebracht met de meest eenvoudige middelen. Begin jaren vijftig kwamen die voorzieningen in een sneller tempo tot stand en werd Manokwari een eldorado om te wonen.Wie daar meer over wil weten kan de geschiedenis er nog eens over raadplegen van dit prachtige stadje, want dat was het inmiddels geworden. |
![]() |
|||
![]() |
|||
|
Wat betekende dit voor de marinegezinnen die zich daar voor de duur van drie jaar gingen vestigen? Veel, héél veel zelfs. Voor mensen met weinig of geen aanpassingsvermogen en die de zelfde levensstandaard verlangde als in Nederland met al zijn voorzieningen, was het niet de leukste tijd. In die “koloniale pioniertijd” was er altijd wel iets wat niet klopte of werkte.Infrastructuur en diverse nutsvoorzieningen waren niet altijd optimaal, maar daar was goed mee te leven en de oplossingen waren vrij snel tot stand gebracht.Mensen met een positieve instelling, een goed aanpassingsvermogen, realiteitszin en een denkbeeldige glimlach van oor tot oor, hebben daar de mooiste tijd van hun leven doorgebracht.Zij beschouwde die tijd als een langdurige “luxe”vakantie.In de toko’s was meestal alles te koop mits de boot uit Holland op tijd was.Woonvoorzieningen waren zonder meer goed te noemen. Onderwijs en medische voorzieningen waren goed terwijl recreatie en ontspanning, in diverse vormen, ook ruim aanwezig waren. |
![]() |
|||
![]() |
|||
|
Bij aankomst van gezinnen zorgde de marine gratis voor tijdelijk meubilair, tot het eigen meubilair kwam, terwijl voor de duur van de gehele term kosteloos een koelkast en wasmachine in bruikleen werd verstrekt. De aanwezige marinearts fungeerde tevens als huisarts en de voorgeschreven medicijnen werden rechtstreeks uit de ziekenboeg verstrekt. Natuurlijk was het wel eens improviseren, passen en meten. Maar waar is dat niet? In de kazerne werd een winkeltje gecreëerd voor de gezinnen waar allerlei levensmiddelen te koop waren die dan ook nog werden thuis gebracht, evenals het dagelijkse “halfje”wit. |
|
|
|
Alles is nu eenmaal niet mogelijk om dit in één artikel te plaatsen en daarom zijn reünies, met Nieuw Guineagangers, zo belangrijk. Met enkele foto’s wil ik proberen mijn stelling te onderbouwen om u een indruk te geven hoe het echt was. Bekijk ze eens goed en probeer u er zich iets bij voor te stellen. |
![]() |
|||||
![]() |
|||||
![]() |
|||||
|
De getoonde foto’s van de woning en de huiselijke fragmenten zijn van onze persoonlijke woon en leefsituatie, aangevuld met enkele impressies van het eldorado Manokwari. |
|
Kazerneleven in NNG |
|
Naast de ernstoperatie’s, uitrukkende diensten, zoals bivak en patrouilles, waren er ook gewoon kazernediensten. Deze bestonden dan hoofdzakelijk uit het verrichten van diverse werkzaamheden, het volgen van lessen en het vervullen van wachtdiensten.Die kazernediensten waren van 07.00 uur tot 13.00 of 13.30 uur waarna dan het middageten werd gestart. Daarna was je, mits je geen wachtdienst had, vrij voor de rest van de dag. Dat was dan ook het tijdstip dat de verveling, het behelpen en de “eenzaamheid”begon toe te slaan. De meeste gingen dan ook maar op hun bed liggen tot 16.00 uur en moesten dan maar zien hoe ze de rest van de dag moesten doorbrengen. Om 17.00 uur werd er nog een sobere broodmaaltijd geserveerd waar op dat moment weinig animo voor bestond ook al omdat dit altijd in model tenue was. Verschillende, zoniet velen, gingen na het middagdutje een uurtje sporten of kwamen net terug van het strand. |
|
|
|
In de kantine, die van 18.00 tot 21.00 was geopend, was verder ook geen gelegenheid om nog iets te eten behoudens de gevulde koeken e.d. Kortom, ná de avondmaaltijd was er absoluut niets meer te eten of te drinken van rijkswegen en was men aangewezen op eigen knip om nog iets te smikkelen of te drinken.Het enige wat mogelijk was, mits niet te intensief gebruik, was het nemen van een koele slok water uit een “ijsdonkie” waarvan er enkele in de kazerne waren geplaatst. Al wilde je vóór 18.00 uur of ná 21.00 uur tien gulden voor een drankje of gevulde koek betalen dan was dat gewoon niet mogelijk. Ik heb dan ook diverse lunchpakketjes, tijdens de avondmaaltijd, klaar zien maken die voor een later tijdstip bestemd waren. Over soberheid gesproken. Geld om s’avonds bij de chinees te schaften was maar enkele keren per maand aanwezig want het salaris was daar gewoon niet toereikend voor. Als u dan ook nog bedenkt dat alle kosten in persoonlijk onderhoud voor eigen rekening was, dan was alles geen vetpot. Kleding aanvullen, schoen en kledingreparatie, het aankopen van wasmiddelen om de kleding dagelijks te wassen, kapper, toiletartikelen en schrijfbenodigdheden, het werd allemaal door de marinier zelf betaald. |
|
|
|
.Ik wil het dan niet eens hebben over het sanitair waarvan het gebruik groter was dan het aanbod en het onderhoud te weinig. Het woon en leefklimaat van de boordplaatser was niet te vergelijken met dat van een walplaatser.Dat was een wereld van verschil in het voordeel van de walplaatser.Ook dit epistel is niet meer dan om u een indruk te geven hoe het was en voor degene die het hebben ervaren dat ze de tijd van weleer niet in alle opzichten moeten romantiseren.Van enig privacy was dan ook geen sprake.Mariniers die kennissen op de wal hadden konden nog enigszins van die geneugten genieten, maar voor degene die dat moesten ontberen was het wel eens moeilijker dan dat men nu verteld.Ondanks dit alles heeft het de marinier nimmer ontbroken aan werkmotivatie en het volbrengen van zijn taak en plicht. Het is voor een buitenstaander dan ook moeilijk te bevatten. Ik heb beide kanten van het woon en leefklimaat moge beleven en weet dus heel goed wat de verschillen zijn. Onder die omstandigheden je opgedragen taak verrichten is geen sinecure en verdient alleen maar een groot respect. Het heeft hen alleen maar sterker gemaakt, voor nu en de toekomst.Het heeft dus wel zijn vruchten afgeworpen, maar het was niet altijd even prettig, makkelijk en dikwijls verre van ideaal. Zij die het meegemaakt hebben weten wel wat ik bedoel zonder ook de mooie gebeurtenissen te vergeten want die waren er ook. Maar de mannen hadden het niet altijd even makkelijk. |
![]() |
|||||||||||||||||||
|
met een beetje fantasie was het net Center-Parcks |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
|
Toen was de naam nog Afdeling Mariniers Doorn |
|||||||||||||||||||
|
Gedragsregels militairen. |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
|
Generaal; Wat zijn jullie stoute jongens Mariniers: U wijst de verkeerde kant op Generaall |
|||||||||||||||||||
|
Vijf jaar veteranendag |
|||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
|
Dit is slechts een sfeerfoto.Op andere sites van de collega’s vindt u een grotere collectie. Ik wil slechts het verhaal aan u kwijt, |
|||||||||||||||||||
|
Nu het eerste lustrum van de landelijke veteranendag al weer enkele maanden geleden is, is het niet onbelangrijk om eens een eigen evaluatie van het evenement te maken. In het begin was de ervaring dat de veteraan hoofdzakelijk als zaal en tribunevulling diende en zijn of haar aanwezigheid wat naar de achtergrond werd geschoven. Veel pratende presentatoren en niets zeggende artiesten traden veel op de voorgrond voor een aantal z.g. VIPS terwijl de echte VIPS, de veteraan dus, ergens achter in de zaal zat of op een zijtribune. Dat hier een protestreactie op zou volgen, door de veteranen, was dan ook niet uitgesloten. Die reactie werd door het organisatiecomité goed ter harte genomen en in de evaluatie, die daarop volgde, in zorgvuldige behandeling genomen. Dit heeft er toe geleidt dat er nu een veteranendag wordt gehouden die klinkt als een klok. Ik weet, net als u, dat je ergens moet beginnen en dat alle begin moeilijk is en dat dit ook geldt voor de organisatie. Het is ook niet makkelijk om voor een specifieke groep met hun eigen cultuur, en dat zijn de veteranen,een evenement op poten te zetten wat bij een ieder in goede smaak valt. Het is dan ook niet terecht om de organisatie nu nog enig verwijt te maken in hun beoogde en behaalde doelstelling. Natuurlijk zijn er altijd mensen onder de veteranen die dat wel doen. Als je deze mensen dan vraagt wat er dan niet goed is dan hoor je verhalen, op en aanmerkingen die je voor onmogelijk houdt. Toch zijn ze ieder jaar aanwezig en steeds weer met het zelfde gezeur. Hun aanwezigheid is geen goede bijdragen aan de veteranenstatus. Gelukkig zijn dat er maar enkelen. In eerdere artikelen op deze pagina heb ik een ander beeld gegeven van het evenement dat volkomen tegenstrijdig is met dit epistel, maar ik benoem graag de zaken zoals ze benoemd moeten worden en dat houdt in dat een groot compliment naar de organisatie op zijn plaats is. Over de inhoudt van het programma hoef ik u niet te informeren want die is genoegzaam bij u bekend. Wat mij persoonlijk steeds weer het meest treft is het opkomen van de gezamenlijke vaandelwacht der strijdkrachten en het opkomen van de Tamboers en Pijpers en de Marinierskapel van Ons Korps Mariniers direct gevolgd door een bataljon oud mariniers van het COM met hun vaandelwacht. Geweldig! Dat maakt altijd een diepe indruk op mij en ben dan ook niet vrij van emoties. Tot slot aan de organisatie, ook die van het COM, ga zo door. Het is goed zo. |
|
Zijn ze dan nooit tevreden die veteranen? Jawel, dat zijn ze wel en ze zijn allemaal zeer tevreden over de huidige nationale veteranendag en de lokale veteranendagen. Dus dit is het punt niet. Maar als het beter kan met een goed onderbouwde motivatie , een juiste criteria met een oprecht waarderingselement, dan is het toekennen hiervan gerechtvaardigd. Weet u dat nog geen 50% van de veteranen de veteranendagen kunnen bezoeken? Zowel nationaal als regionaal niet. Eenvoudig omdat ze de middelen niet hebben. Pensioenen zijn bevroren, gezondheidskosten zijn drastisch gestegen, veel voor eigen rekening, verhoging van de premies en de eigen bijdragen. Openbaar vervoer wordt duurder en het gehele bestedingsinkomen gaat voor alle gezinnen naar beneden. Dan is het toch begrijpelijk dat een grote groep veteranen van deelname is uitgesloten. De minister zal zeggen dat niet hij dat heeft uitgevonden. Nou excellentie, dat hebt u nu juist wel gedaan met steun van uw collega’s. Geld is het probleem niet. Wanneer men topambtenaren minder salaris geeft en het toekennen van Multi bonussen beperkt of stopt , houdt men nog geld over. Na deze inleiding geef ik aan wat gerechtvaardigd is om veteranen toe te kennen. Dat is vrij reizen op het gehele openbaar vervoer, al dan niet op verzoek en het toekennen van een jaarlijkse bonus. De zg. 13e maand dus. Een bedrag wat voor iedereen het zelfde is. Als men nu gaat denken dat het openbaarvervoer uitpuilt door veteranen kan ik u verzekeren dat u een vergissing maakt. Ook zal die topambtenaar niet naar de voedselbank hoeven. Alleen hij krijgt een beetje minder. Het enige stoffelijke wat ik ooit van Defensie hebt ontvangen was een veteranenspeld die in massaproductie nog geen euro kost. Ik hoor graag uw reactie. |
|
Het ware verhaal van de hinderlaag in de buurt van Merauke |
|
Moppa |
|
Het ware verhaal van de hinderlaag nabij Moppa in de buurt van Merauke.
. .
. Dit soort vijanelijk treffen is onze speciale geweergroep drie maal overkomen. Dat was op Waigeo waar wij zelf de hinderlaag hadden neergelegd en met succes afronde en nog een nabij kampong Timor bij Merauke die ook in ons voordeel werd beslecht. Nogmaals, heldendaden en verdere details moet u niet van mij verwachten. Wij deden gewoon ons werk. |
|
Ik beschouw de onderstaande reactie van mijn grote vriend en voorbeeldig marinier John MacMootry als een persoonlijk eerbetoon die ik oprecht met mijn kameraden deel die aan de gevechten hebben deelgenomen. |
|||
|
Hoi Hans, |
|||