Inleiding
John Snackers heeft vele jaren bij het korps mariniers gediend om daarna toch te kiezen voor een carrière in de burger sector.. Hij is dan ook geen onbekende bij de ouderen onder u. De eigenschappen die hem kenmerkte als een goed marinier heeft hij echter altijd behouden. Dat is mede een reden geweest waarvoor hij zich intensief inzette voor zijn medemens met in het bijzonder de veteranen. Het belang van erkenning en waardering voor de veteraan, ongeacht welk onderdeel of nationaliteit, stond bij hem voor op. Zo was het, is het en blijft het voor hem. Zijn menselijke en sociale bewogenheid, in het belang van een dikwijls ondergewaardeerde groep, loopt als een rode draad door zijn leven.
Dat dit niet onopgemerkt blijft is niet alleen van zelfsprekend, maar werd ook, en volkomen terecht, beloond. Zo zijn hem diverse Nederlandse en buitenlandse onderscheidingen toegekend, w.o Lid in de Orde van Oranje Nassau, voor al het werk wat hij heeft gedaan als veteraan voor de veteraan. .

Thans is hij voorzitter van de verenging voor oud mariniers waarvoor ik u, voor de inhoud en doelstelling, graag verwijs naar hun eigen site die u via de linkpagina kunt vinden. Deze man zal ons ongetwijfeld iets kunnen vertellen over zijn ervaringen wat voor de lezer de moeite waard is. Ik heb John leren kennen als een goed marinier en een sociaal bewogen mens. Ik hoop dat hij ons deelgenoot wil maken van zijn ervaringen, zowel in tekst als beeld

Hans

John als jong en vastberaden marinier in de beginjaren 60 ergens in Nieuw Guinea.

Zal de gemeenschap leven, dan moet de mens zich geven

John Snackers, een waardig veteraan

Mijn verhaal.
De keuze voor mijn loopbaan als beroepsmilitair was “genetisch bepaald”. Mijn vader was beroepsmilitair en dat ik ook militair zou worden lag dan ook voor de hand.
Ik diende van 1957 tot 1973 bij het Korps Mariniers en had in die periode diverse uitzendingen waaronder een uitzending naar Nederlands Nieuw Guinea in 1961/1962 en een term in de West. Ook had ik diverse boordplaatsingen.Niet onvermeld wil ik laten dat ik in 1966 door de toenmalige CKM generaal-majoor Nass werd gevraagd om model te staan voor het Mariniersmonument Limburg.

Ik vond en vind dit tot op de dag van vandaag een hele eer !
Wat ik mij nog goed kan herinneren is dat tijdens de beroepsopleiding mijn sergeant Smit ons voor ogen hield “kan niet bestaat niet”. Ik heb dat devies ook in de burgermaatschappij, uiteraard met de nodige realiteitszin, hoog in het vaandel.
Na mijn diensttijd in 1973 heb ik de nodige opleidingen gevolgd en al spoedig kreeg ik een baan bij een Scholengemeenschap als conciërge. Daarna heb ik tot aan mijn vervroegde pensionering gewerkt bij een instelling voor Jeugd- en Jongerenwerk.

Sinds 1973 heb ik mij naast mijn baan, belangeloos in gezet op diverse maatschappelijke terreinen en met name op het gebied  van (ouderen)welzijn  en oud-mariniers/veteranen.
Op het gebied van ouderenwelzijn kan worden gedacht aan het oprichten van een werkgroep voor ouderen, het initiëren en in stand houden van een ouderen carnavalsvereniging, een handenarbeidgroep voor ouderen.  Deze initiatieven die ik in het midden van de jaren zeventig heb ontplooid zijn nu min of meer geïnstitutionaliseerd in een welzijnsstichting waaraan ik nog altijd als vrijwilliger verbonden ben.
Aangezien ik de banden met het Korps en oud mariniers wilde handhaven ben ik omstreeks 1976 lid geworden van het Contact Oud Mariniers.  Tot en met begin jaren negentig heb ik in mijn regio diverse (bestuurs) functies vervuld en diverse evenementen succesvol georganiseerd.
Ook ben ik in 1977 lid geworden van de BNMO ( Bond Nederlandse Militaire Oorlog- en Dienstslachtoffers) waar ik tot op heden nog activiteiten organiseer met de Nieuw Guinea Groep.
Naast de (bestuurs) functies en het organiseren van evenementen vond ik “survivalen” en “jeep rijden” erg leuk
Mijn maatschappelijke verdiensten op diverse gebieden werden niet onopgemerkt gebleven en mijn belangenloze inzet gedurende vele jaren  werd in 2000 beloond met een koninklijke onderscheiding.

Thans ben ik nog lid en bestuurlijk actief in diverse Nederlandse en buitenlandse verenigingen van oud militairen/veteranen. Zo ben ik als bestuurslid van de Stichting Limburgse Veteranendag mede-organisator van de genoemde veteranendag in Roermond en organiseer ik  mede de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei in de gemeente Brunssum.Ook ben ik bestuurslid bij de Unie van Nederlandse Veteranen.
De buitenlandse verenigingen wil ik ook even noemen waar ik een functie heb ;
Commissaris voor de Nederlandse veteranen in Imosphinx Academy Belgium.
Voorzitter van de Franse E ‘Toile du bien et du Merite in de afdeling Nederland (La Rose Blanche Néerlandaise)
John Snackers

Alleen de Nederlandse veteranen in Oostende

Herinneringen en Eerbetoon aan de Mariniersbrigade op de plaats van oorsprong n.l. bij de USMC

John Arets, brigade-veteraan, en John Snackers, Nieuw Guinea-veteraan, voor het Vietnam-monument ter nagedachtenis van de omgekomen collega’s van de USMC.Met respect en op gepaste wijze brachten zij hen het verschuldigde eerbewijs. Een daad die een veteraan waardig is. John Aerts is helaas overleden. Hij rust in vrede.

Waarom ? ?................... Juist daarom !!
Het is mij een eer om als marinier (NNG veteraan), met 42 Marbrig Veteranen, die een keiharde opleiding bij het Amerikaanse Corps Marines hebben ondergaan, mee te mogen gaan in uw gelederen op 17 oktober 1993.Het is niet zo zeer, dat u een keiharde training heeft ondergaan en heeft doorstaan in Camp Lejeune of elders in de USA., het is ook niet dat u een Marbriger bent, maar… het is omdat u één van de oudere Korpsmakkers bent waar ik als jongere Korpsmakker diep respect voor heb.Ik heb u persoonlijk mee mogen maken op de reis naar Camp Lejeune. Uw vriendelijkheid en Kameraadschap in woord maar vooral in daad heeft mij diep ontroerd.
Uw jongere Korpsmakker,
John Snackers.

Zondag 18 november 1945.
Vertrek van M. Noordam vanuit de haven van Norfolk in Amerika, richting de Oost.
In het 1ste nummer van de zee-editie van het Mariniersblad (stencil) “Ik zal Handhaven” stond o.a. het volgende geschreven: Bij het wegglijden van de kust der Verenigde Staten in ons kielzog, zullen velen haar met dankbaarheid hebben nagestaard. Dankbaarheid voor ondervonden steun, medewerking en erkentelijkheid voor de geboden gastvrijheid.
Menigeen dacht in zijn hart “Ik hoop daar nog eens terug te keren”.

 

Dat was toen

48 jaar later.
Na maanden lang wachten, kwam het verlossende bericht dat de reis naar Camp Lejeune doorgang zal hebben. Om een beeld te schetsen, wat wij daar gaan ondernemen wil ik u het programma niet onthouden.
Reis Schema:
•Schiphol – Washington vertrek om 19.05 uur plaatselijke tijd.
•Washington aankomst om 20.00 uur plaatselijke tijd, overnachting in Holiday Inn Central.
•In de morgen uren rondrit met een touringcar door Washington met bezoek aan; Lincoln – en Jefferson Memorial, het Capitool, het Witte Huis, Georgetown en Arlington. In de middaguren kon men naar believen naar het Smithsonian Instituut, Air Space Center of andere bezienswaardigheden o.a. FBI bezoeken.
•De derde dag, van Washington naar het gerestaureerde Williamsburg, de historische Hoofdstad van Virgina en doorreizen naar Norfolk waar overnacht, wordt in hotel Comfort Inn.
•De vierdedag, bezoek aan Norfolk Navy Base, daarna doorreizen naar Wilmington
om 3 overnachten te houden in hotel Branywine Vally.
•De vijfdedag, bezoek aan Camp Lejeune
•De zesdedag, bezoek aan Camp Lejeune en omstreken.
•De zevendedag, bezoek aan USS Battleship “Nort Carolina”in Wilmington en doorreizen naar Richmond voor overnachting.
•De achstedag, terugreis door de schitterende Shenandoa Valley naar Washington DC.
•Vertrek van Washington naar Schiphol om 00.15 uur plaatselijke tijd.
•De negendedag, aankomst om 12.25 uur plaatselijke tijd op Schiphol

Indie-monument

Op 17 oktober 1993, 0m 15.30 uur werden de deelnemers/sters verwacht op een door Broere specialtours extra gereserveerde plaats op Schiphol, om elkaar te ontmoeten onder het genot van een lekker kopje koffie / thee.
Het vertrek was om 17.05 uur met de KLM Boeiing 747. De vlucht was rustig, maar boven Springfield was er enigszins wat turbulentie zodat wij onze vliegtuigriemen moesten vastmaken.
De aankomst in Washington was perfect getimed: 20.20 uur lokale tijd. De 2 luxetouringcars met de 2 vrouwelijke gidsen stonden al gereed en het was een kwestie van koffers pakken, waar de hasjhond ook zijn werk deed, richting douane naar de bussen toe. Vóórdat wij naar het hotel gingen, kregen wij een verassing van de chauffeur aangeboden nl.; een rondrit door het donkere Washington waar sommige officiële gebouwen verlicht waren. Toch wel een indrukwekkend geheel met al die wagen en gebouwen. In het hotel aangekomen, vermoeid van de vliegreis, moesten de kamersleutels verdeeld worden en nog enige handgrepen gedaan worden om de juiste personen bijelkaar te krijgen, mededelingen van hoe laat de wake up call en het ontbijt was, hoe laat het vertrek. Alles geregeld? Nu snel gaan: “Snurken”

 

.
De volgende morgen, na het ontbijt was het vertrek om 08.00 uur voor een rondrit naar diverse monumenten en bezienswaardigheden. Zo werd tijd uitgetrokken voor het standbeeld “Iwo Jima” en van hieruit naar “Arlington” de grootste militaire begraafplaats ter wereld waar ook op een eenvoudige manier de gebroeders Kennedy’s zijn begraven. Op het moment dat wij er aanwezig waren, was er een begrafenis bezig van gesneuvelde Amerikaanse soldaten in Somalië. Het is zeer indrukwekkend als men langs de grafstenen loopt, wel meer dan 42.000. Nog niet eens de graven bijgeteld van de Burgeroorlog, Vietnam, Libanon etc. Diep respect krijgt men ook voor de natuur, waar de graven zich bevinden met hun prachtige kleurenschijnsel van struiken- bomen en bladeren en de serene rust. Margraten is mooi, maar kan niet vergeleken worden met Arlington.



Hierna ging het richting ‘Witte Huis”. Je moet het zelf gezien hebben hoe mooi het is met haar tuinen, bewaking en toch midden in de grote stad. Al wandelend liepen wij door het park naar de bus om naar het “Capitool”te gaan, alwaar wij een demonstratie zagen van vrouwen die demonstreerden tegen borstkanker. Het was zeer indrukwekkend.
Het “Capitool” een zeer indrukwekkend gebouw, met haar prachtige zalen en de schilderijen van de aanname van de grondwet en vele andere historische bezienswaardigheden. Een van de opmerkelijkste plaats was de grote zaal van afgevaardigden, nl. op één bepaalde plaats kon men via de stenenvloer precies horen wat de persoon op 40 meter afstand tegen zijn buurman influisterde. Verder kon men aanzichtkaarten kopen en in het eigen Capitool postkantoor met stempel laten versturen. Voor verzamelaars onder ons, waren er genoeg postzegels, munten e.d. te koop. Voor diegenen die van parken houden, kwamen ruim aan hun trekken in het Capitool park.

 


In de middag waren wij vrij en konden zelf bepalen welke monumenten wij wilden bezoeken, als we maar om 18.00 uur terug waren in hotel Hollyday Inn. Ieder ging zo zijn eigen weg. John Aerts en John Snackers probeerden binnen te komen in “Hoover Building”of te wel  het gebouw van de FBI. Na enige uitleg mochten zowaar met een begeleiding van een FBI agent – als uitzondering omdat wij Dutch Vetrans Marines waren - het gehele gebouw bezichtigen zowel boven als onder de grond. Het is onvoorstelbaar wat we daar konden bezichtigen, van vingerafdrukken van de hele wereld tot de tommygun van El Capone. We mochten vragen wat we wilden en kregen er antwoordt op. We werden ook hartelijk ontvangen door de Hoogste Chef en werden verast met cake en drank. Tegen 17.45 wilden de terug tocht aanvaarden naar het hotel en dat was toch nog een heel stuk lopen, maar zie we werden netjes door twee FBI agenten in een wagen netjes voor het hotel afgezet. Uiteraard hebben wij deze twee mannen gevraagd om met ons een drankje te nemen in het hotel wat ook geschiede. Hier vernamen wij dat sommigen naar “Space Centrum”of winkelen zijn geweest. U begrijpt, dat uitvoering over de “Hoover Building”werd gepraat, daar de beide mannen van de FBI nog aanwezig waren. Ach, jaloerse en scheven blikken krijg je toch altijd niet waar!

 


De volgende dag stond: “Williamsburg”op het programma dat een pioniersplaatsje is wat de Amerikanen helemaal in de zelfde staat behouden hebben als levend monument. Het was zeer intersant en leerzaam om te zien hoe die mensen toen geleefd en gewerkt hebben met hun primitieve handen arbeid. Zo liepen ze nog altijd in de klederdracht van toenmalige pioniers en waren de gebouwen o.a. het kruitfort en de gunsmid één van de bezienswaardigheden. De mensen waren zeer vriendelijk en wilden je in alles uitleg geven wat je ook maar vroeg.
Tegen de avond werd de reis hervat richting “Norfolk”naar het hotel “Comfort Inn”. Hetzelfde ritueel, wake-up call, etc. Men kon in het hotel eten maar…. er waren genoeg goedkope restaurantjes naast het hotel, waar je voor 10 dollar of minder zoveel als je maar wilt kunt verhappen of vervr…ten. Na het eten werd wat rondgekeken en zagen dat de benzine 1.01 dollar per gallon (4 liter) kostte , zodat wij ook nu konden begrijpen dat je hier makkelijk een 8 cilinders wagen kon rijden zonder enige pijn te hebben in de beurs.

 


Na het ontbijt, werden de koffers ingeladen en werd het programma van de dag, het bezoek van de Navy Bases in Norfolk en het doorreizen naar Jacksonville uitgevoerd.
Om 08.00 uur werd de tocht gemaakt naar de Marine haven Norfolk. Het immense complex was zo groot, dat niemand daar te voet ging. Allerlei schepen, onderzeeërs, helikopters, vliegtuigen, de behuizing van de bevelhebbende Admiraals en Generaals die op de basis woonden werden bezocht en verder kan je niet bedenken aan sociaal - maatschappelijk – of sport gebied, het was er allemaal. Na de rondrit, was er een bezichtiging gepland op “USS SAIPAIN”een troepentransportschip. Amerikaanse mariniers stonden al gereed om ons op te vangen en te verwelkomen en ons te begeleiden in en door het schip heen. Wij werden in drie groepen verdeeld en het was verbluffend wat wij hier te zien kregen, van heli-dek tot een complete chirurgafdeling met intensieve-car toe, van bakkerij tot wasserij, van brug tot lading- en landing dek.

 

Uiteraard was er een toko aan boord, waar snel souvenirs werden gekocht tegen een
zeer lage prijs. Het was voor ons bijzonder leerzaam en bezienswaardig en voor de Amerikaanse mariniers was niet te veel om je overal in te gemoed te komen. Als blijk van waardering nodigden de officieren van mariniers ons uit om gezamenlijk met hun de lunch te gebruiken in de Officiersclub. Wij werden door verschrikkelijk aardige hofmeesters bediend die ons een geweldige lunch serveerden. Nadat de tijd naderde om te vertrekken, bedankten wij eenieder die ook maar iets had willen doen om ons – Old Dutch Marines  veterans –naar hun zin te maken.
Van de Navy Bases werd de reis naar Jacksonville aanvaard, wat toch gauw 5 uur bussen was, maar wat is in de State 5 uren. De meeste Amerikanen rijden 4 uren om alleen inkopen te doen of rijden 6 uren om even te pokeren. De rit heeft ons geleerd, dat hoe verder je van Washinton DC komt, hoe armer de bevolking.

 

Hoewel…. De huizen ja, maar de status nee, de meeste hebben voor hen houten huisje 3 á 4 auto’s en sommigen hebben ook een speedboot voor de deur. Onderweg werd een toiletpauze ingelast. In Jacksonville werd hotel Holyday Inn aangedaan en de verassing was, dat de Canadese en Amerikaanse COM leden reed in het hotel waren en op ons wachten. U kunt wel begrijpen dat het weerzien met oude kameraden zeer vreugdevol was en tot diep in de nacht een extra neut werd gedronken en de sterke verhalen naar boven kwamen.
De volgende ochtend, na een frisse douche, het aantrekken van het com tenue en een stevig ontbijt werden wij door bussen opgehaald en naar Camp Lejeune gebracht.

Twee sprekende beelden

De bussen werden door de Amerikaanse mariniers ter beschikking gesteld met een kleiner busje voor rolstoel gebruikers met verpleegkundige begeleiding voor deelnemers die slecht ter been waren. Voorts konden wij tijdens ons tweedaagse durend verblijf te allen tijde een beroep doen op onze begeleiders. Kortom de organisatie was perfect!
In Camp Lejeune werden wij door Brigade Generaal Livingstone III, van harte welkom geheten. In zijn toespraak memoreerde hij dat het Camp een speciale band heeft met de Nederlandse Mariniers aangezien een groot deel van de toenmalige Mariniersbrigade in Camp Lejeune was opgeleid. Na de gebruikelijke uitwisselingen en een groepsfoto kregen wij een rondleiding in het kampement en bezochten diverse workshops. De workshops toonden verschillende onderdelen van de cursus “Algemene Basis Training” voor (aspiranten) mariniers. Naast de workshop bestonden de zogenaamde excursies op locatie.
 

Bordesfoto van oud Brigade-Mariniers

Bij de tankcompagnie en het wagenpark werd door de dienstdoende commandanten uitleg gegeven over de werking van voertuigen (in actie) en mochten wij de binnenkant van een tank in aanschouw nemen. Veel van deze voertuigen zijn ingezet tijdens de Golfoorlog (1)
Na de voortreffelijke lunch in de Officiersclub was de tijd voor de middagsessie. Tijdens deze sessie, onder tropische omstandigheden, werden nog diverse andere onderdelen bezocht.
De tweede dag deden wij Monfort Point aan, alwaar het computercentrum van Lejeune was gevestigd. Eenieder mocht achter de terminals plaatsnemen en diverse computeroefeningen doen. Tja…., ook een militaire organisatie kan tegenwoordig niet meer zonder automatisering. Na de computerinstructie, was er een zwemdemonstratie. Diverse mariniers toonden hoe je geboeid aan armen en voeten kon zwemmen teneinde als krijgsgevangene te ontsnappen.



Er werd met volle bepakking en vuurwapen gezwommen en tevens lieten ze zien, hoe je een gewonde kameraad in het water kon redden.
Vlakbij Camp Johnson staat het Beirut Memorial. Een gedenkteken voor de 241 Amerikaanse mariniers die door een bomaanslag in 1987 om het leven zijn gekomen. Al deze mariniers waren afkomstig ui Camp Lejeune.
Marbriger……….luister uit !!!
Van Camp Davis is niets meer over, behalve 2 pilaren bij de ingang. Het overige wat u uit het verleden kende, bestaat niet meer! Slechts een bord herinnert eraan dat in het verleden een Camp Davis heeft bestaan.

Van hieruit, althans van wat er nog over is gebleven gingen wij richting oefenterrein met hindernisbaan alwaar mariniers in opleiding gedurende drie weken bivakkeren. Op gepaste wijze werden wij verwelkomd, waar voor de ingang een groot bord geplaatst was met als opschrift WELKOM DUTCH MARINES VETERANS – TO GRUNT UNIVERSITY.
Op de hindernisbaan waren diverse rekruten aan het oefenen. Met een zekere, ons niet onbekende, angst moesten zij van grote hoogte de zogenaamde dodenvaart maken. Dit, al dan niet met gebruikmaking van handen en voeten of op je buik naar beneden. Het tokkelen van grote hoogte, naar het touw springen op 10 mtr. hoogte en dan naar beneden klimmem (niet glijden) en de zware hindernissen die zij moesten overwinnen alleen of met hulp deed het bloed van de Nederlandse oud mariniers, sneller stromen en kloppen en weldra klonken er aanmoediging kreten van onze zijde. Later kregen we de kans met deze jongens te praten en al gauw voelden zij zich niet meer nerveus door de aanwezigheid van de Dutch Marines Veterans. Vol trots lieten zij zich met ons fotograferen. Een rekruut had een leuk commentaar: “ mijn ouders en familie moesten eens weten dat ik nu met een ijzervreter op de foto ga, dat gebeurt nooit meer van mij leven! “. Op de vraag: ‘Hoe zo? “ Reageerde hij: “Straks ben ik zelf een ijzervreter!”
Later op de middag werden met Amerikaanse mariniers gespen, emblemen etc. geruild dan wel geschonken. Zo kreeg John Snackers uit onze groep, officieel de Amerikaanse Mariniers Para-wing opgespeld. Deze zal hij zeker met eer en verve dragen ter gedachtenis van de broederschap.

Na deze ervarende dag, zochten wij het hotel op en na het avondmaal gingen wij na een gezellig samenzijn vroeg onder de wol. De reden hiervan is, dat wij de volgende morgen vroeg moesten vertrekken om naar Wilmington te gaan om het slagschip “North Carolina” te bezichtigen. Op de “North Carolina” keek je je ogen uit: twaalf kanonnen van 40 inches, 22 oerlikons, 15 Beaufort geschut en het heeft ook een verkenningvliegtuig aan boord. Het schip was in zijn tijd - 1943 – de snelste in zijn soort en het best bewapend. Het is leuk om te vermelden, dat het onderhoud van het schip geheel door vrijwilligers wordt gedaan. Na de bezichtiging reden wij door naar Richmond onze Tegen de lunchtijd gingen wij naar een Mansion, een plantagehuis (lees: reusachtige villa) dat karakteristiek is voor the deep South. Zij die de speelfilm “North en South” en “Gone by the Wind” hebben gezien kunnen bij een dergelijk plantagehuis wel iets voorstellen. Uit betrouwbare bron, hebben wij vernomen dat het huis in de Civiel War als ziekenhuis heeft gediend voor Zuidelijke gewonden. Na de burgeroorlog was het huis een relatie centrum voor betere gesitueerden, alwaar pa en ma met een huwbare dochter naartoe ging om haar te koppelen aan een patente jonge heer c.q. oudere heer die financieel goed erbij zat. De prachtige ballroom, waarin wij lunchten, zal dan ook als ontmoetingsplaats hebben gediend waar menige dochter gekoppeld werd.
Van uit Richmond gingen wij terug naar Washington DC. Het afscheidsmaal werd genuttigd in Chinatown, en het eten was zoveel dat zelfs voor de grootste vree..t. (inderdaad, die hadden wij ook bij ons) niet te verorberen was. Met volle ronde buiken gingen we van Chinatown richting Airport.

Hier werd ingecheckt en de bagage afgegeven, afscheid genomen van de geweldige reisleidsters en hun buschauffeurs, die acht dagen met ons hebben opgetrokken, wat toch een prestatie was om ieder zo veel mogelijk naar zijn zin te maken. Voor al diegenen die in de tax-freeshops inkopen wilden gaan doen, kwamen bedrogen uit want, alle tax-freeshops waren gesloten op één kiosk na. Vermoeid stapten wij in het vliegtuig en hoopten zo snel mogelijk een driedubbele plaats te bemachtigen, zodat we gedurende de reis (languit) een uiltje kon knappen. Sommige hadden dat geluk. Voordat wij op Schiphol landen, werd er afscheid genomen.
Het was toch niet niks om een dergelijk enerverende reis te maken met allemaal verschillende personen maar wel met een doel; Camp Lejeune waar de meeste hun mariniers opleiding hebben genoten.
Terug blikkend kunnen we stellen dat wij een prachtige en goed verzorgde reis naar het land van onbegrensde mogelijkheden hebben gehad en dat voor velen een dierbare herinnering werkelijkheid is geworden.

Met groeten,
John Arets, Brigadeveteraan
John Snackers, Nieuw-Guineaveteraan

De President van La Rose Blanche Néerlandaise

John Snackers met zijn charmante echtgenote tijdens een gala. Verdiende  waardering en verworvenheid, waar hij zelf bescheiden mee omgaat, mag ook wel eens getoond en vermeld worden.

In onderstaand artikel leest u het ontstaan, doelstelling en beweegredenen van La Rose Blanche Néelandaise.

Madjoe, Vaals / La Rose Blanche Néerlandaise
Door Floris Berkhof

De vereniging Madjoe werd op 1-7-1911 opgericht en was een vereniging van oud-militairen van het KNIL. (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger). De vereniging hield op 31 december 2000 op te bestaan. Een deel van de vereniging werd ondergebracht bij de Stichting Pelita onder de naam Pelita Indisch Nederland Groep. Madjoe Vaals is bij mijn weten geen officiële vereniging meer. Toch zijn er nog enkele mensen in het Limburgse die de traditie van Madjoe graag willen voortzetten. Deze groep is echter te klein om zonder hulp van buitenaf te kunnen blijven voortbestaan.


Reden waarom La Rose Blanche Néerlandaise, het Nederlandse onderdeel van de Franse semi-militaire orde L ´Etoile du Bien et du Mérite, waarvan ondergetekende inmiddels bestuurslid en public relations man is en de Limburgse leden van de Vereniging Oud –Mariniers zich het lot van de Madjoe in Limburg hebben aangetrokken. Zij worden door hen jaarlijks ondersteund en verschillende leden van beide organisaties zijn aanwezig op hun bijeenkomsten. De bijeenkomst van 2007 werd op zaterdag 15 december gehouden in restaurant Suisse in het centrum van Vaals. Naast leden van genoemde vereniging en orde, waren er ook vertegenwoordigers van het Eldershoes, een ontmoetingsplaats van, voor en door (Limburgse) veteranen in het centrum van Hoensbroek aanwezig. Alles bij elkaar een zeer gemêleerd gezelschap dus. Het was echter niet minder gezellig om. In de loop van de bijeenkomst bleek al heel snel dat verschillende Wapenbroeders door het gehele land deel uitmaakten van een der aanwezige verenigingen. Zo sprak ik bijvoorbeeld Meity en John Snackers, Els en Menno van de Wetering, Siddi en William Roza, Lydia en Karel Tellings en anderen.

Er was een uitstekend koud/warm buffet, er werd een verloting gehouden om de kas van Madjoe “te spekken” er werden toespraken gehouden en natuurlijk haalden de meeste aanwezigen de diverse vriendschapsbanden die er in de loop der jaren tussen hen ontstaan zijn weer eens aan. Deze verbroedering tussen genoemde verschillende verenigingen van ex-militairen en de wederzijdse hulpverlening die tussen deze organisaties bestaat is m.i. een schoolvoorbeeld van hoe het zou moeten toegaan in veteranenland en in de wereld van ex-militairen.
La Rose Blanche Néerlandaise:
Na de gezellige bijeenkomst werd ik door Meity en John Snackers naar mijn enkele kilometers verder gelegen hotel in Vijlen gebracht. Na een goede borrel kan je beter niet meer gaan rijden. Maar daar aangekomen waren Meity en John niet van mij af. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een interview met John af te nemen , die, zoals de Fransen dat zeggen, President is van La Rose Blanche Néerlandaise, het Nederlandse onderdeel van de Franse Orde L ‘Etoile du bien et du Mèrite. L ‘Etoile du bien et du Mérite is in 1939 opgericht door de Franse Prefect Jean Mathias, drager van het Grootkruis van het Legion d’Honneur. .

Deze Franse Orde is een semi-militaire orde die zich bezig houdt met het welzijn van anderen, zoals de naam ook impliceert. Zij heeft verschillende regionale onderdelen in Frankrijk en Italië en nu dus sinds halverwege 2007 ook officieel in Nederland, La Rose Blanche Néerlandaise genaamd. Voorheen was je rechtstreeks lid van de Franse hoofdorganisatie. In principe kan je niet zonder meer lid worden van deze orde. Je moet door twee “peetvaders” worden voorgedragen bij de ballotagecommissie. Het “lidmaatschap” is echter niet geheel vrijblijvend. Er wordt uitdrukkelijk van je verwacht dat je zult inzetten voor zeer uiteenlopende goede doelen, wat de naam van L ‘Etoil eigenlijk al aangeeft, . Vrij vertaald: de goeden en de verdienstelijken. Je moet nu niet direct aan grote Landelijke of wereldwijde zaken denken. In je eigen omgeving is vaak al zoveel (verborgen) leed. Doordat jijzelf hierbij rechtstreeks betrokken bent kun je op maatschappelijk/sociaal gebied soms veel voor je medemensen betekenen. Dat heeft vaak meer en beter effect dan dat dit door zeer grote organisaties gedaan wordt, die geen of weinig directe affiniteit hebben met de betrokkenen. De hulpverlening kan dus vaak ook bestaan uit simpele dingen, waarbij mensen direct geholpen kunnen worden. Als voorbeeld memoreerde John Snackers de eerste “goede daad” die La Rose deed na haar officiële oprichting. Het inzamelen van geld voor de voedselbank in de Gemeente Landgraaf (L). Dus denk u dat La Rose Blanche Néerlandaise iets voor mensen uit uw omgeving kan betekenen, aarzelt u niet en neem contact op. Wapenbroeders kunnen contact opnemen met Floris Berkhof, zie colofon voor adres en telefoonnummer in het blad de Wapenbroeder, of Ver. Oud Mariniers – site http://vomarns.nl   vz. John Snackers. Verschillende Wapenbroeders zijn lid of bestuurslid van La Rose Blanche Néerlandaise.
 


Zo is John Snackers de voorzitter (Président) en zo zijn onze Algemene Secretaris (BvWapenbroeders) Jan Nieuwland, ons algemeen bestuurslid (BvWapenbroeders) Werner Neemann en ondergetekende bestuursleden van La Rose Blanche Néerlandaise. Het gaat niet aan iedereen die lid van de BvWapenbroeders en tevens lid is van La Rose Blanche Néerlandaise te noemen, maar voor Hub Aendekerk, Menno van de Wetering, Wiliam Roza en Karel Tellings meen ik toch een uitzondering te moeten maken. Opvallen is overigens wel dat de meeste leden van La Rose Blanche Néerlandaise uit Limburg komen.
La Rose Blanche Néerlandaise kent een eigen decoratiestelsel. Daarnaast kan je ook door de Franse moederorganisatie gedecoreerd worden. Zo bleek onlangs dat de Franse militaire attaché in Nederland een der hoogste decoraties van de Franse moederorganisatie droeg

“Verdiensten Medaille in Goud”

Radetzky Feier op de Heldenberg 14 september 2008 in Wenen.
Op uitnodiging van de Militaire- Veteranen Vereniging Feldmarschall Radetzky en getekend door de Gross Meister, Hofrat, Oberst aD Alexander Wolfgang Ritter, zijn mijn echtgenote en ik, mevrouw Wagemans en de heren Wiel Josh, Walter Leinders (beide heren van de vereniging Hubertus Kreuz uit Linnich-BRD) op vrijdag 12 september 2008 naar Wenen gevlogen van af Airport Dusseldorf. Na wij van Airport Dusseldorf om 20.45 uur vertokken zijn en een rustige vlucht onderweg hadden, landen wij om 22.50 op Airport Wien.


De heer Walter Leinders, die reeds al eerder aanwezig had mogen zijn op een Radetzky Feier, wist precies welke ondergrondse wij moesten nemen en waar ons hotel zich bevond. Het was zeker een nachtelijk avontuur, zeker met een keer overstappen. Na middernacht kwamen wij aan in het hotel die gelegen ligt schuin tegenover de halte van de ondergrondse. Hier werden wij hartelijk verwelkomt door de hoteleigenaar. Snel de sleutel van de kamer ontvangen en gevraagd hoe laat het ontbijt was en gauw onder de lakens, want vermoeid was de hele reis wel.


Zaterdag 13 september, zaten wij allen rond 8.30 uur aan het goed gevuld ontbijt en werd onderling gevraagd wat en hoe wij deze dag in Wenen kunnen doorbrengen. Al snel was er een gezamenlijke besluit “met de ondergrondse” naar de binnenstad van Wenen. Wat een prachtige stad. De bekende winkels en warenhuizen in de Maria Hilferstrasse,hebben heel veel prachtige gebouwen te voet proberen te zien en te bewonderen, maar dat is ondoenlijk. Een wijs besluit met een koets om alle bezienswaardigheden te bekijken werd onmiddellijk opgevolgd. Ik ben overtuigd, dat ondanks de koets rit nog vele bezienswaardigheden niet gezien zijn. In de late middag uren arriveerden wij in ons hotel, snel douchen en verkleden, want er lag een uitnodiging op ons te wachten, dat de Grosse Meister, Hofrat, Oberst Wolfgang Ritter en echtgenote ons wilden treffen in een ensemble, waar wij gezamenlijk onze avondeten zouden nuttigen. Nadat wij gearriveerd waren en alle hoffelijkheden wederkerig hadden uitgewisseld, ging het daarna op een gemoedelijke toon verder en werden informaties heen en weer uitgewisseld.

 De Gross Meister, Hofrat, Oberst Wolfgang Ritter vroeg het woord en richtte zich tot John Snackers en sprak lovende woorden over zijn sociaal en maatschappelijk bewogenheid voor samenwerking van veteranen ver over de Nederlandse grens. Het is niet ongemerkt gebleven, zelfs in de Militaire- veteranen verenigingen in Duitsland en Oostenrijk en waarschijnlijk ook in andere Europese landen.

                          

 Daarom dat de Militaire- veteranen Vereniging Feldmarschall Radetzky hem wilde  eren met de “Verdiensten Medaille in Goud” (VMG). Deze onderscheiding wordt zelden aan niet ingezetenen van Oostenrijk toegekend.  Hierna, richtte hij het woord tot de echtgenote van John Snackers en memoreerde, dat zij degene was die achter haar echtgenoot stond als steun en toeverlaat, zodat hij zijn inzet voor samenwerking over de grenzen heeft kunnen verwezenlijken en spelde haar namens de Vereniging Radetzky het speld van “Eren Dame” op. Na al die plichtplegingen werd er nog de nodige informatie gegeven voor de volgende dag de “Radetzky Feier” op de Heldenberg bij het plaatsje Klein - Wetzdorf in Niederösterreich.