Op deze pagina vindt U reacties van oud mariniers op ingezonden artikelen in de dagbladen dan wel op genomen regeringsbesluiten in relatie tot het mariniersgebeuren.De inhoud van de ingezonden artikelen vallen onder de verantwoordelijkheid van de inzender.

Bij aangedaan onrecht weten oud mariniers op een gepaste wijze te reageren. Onderstaand artikel geeft dat ook duidelijk aan. Onze columnist, Theo Janssen bijt de spits af, maar ik weet zeker dat U ook nog wel wat weet te vertellen.Laat mij het weten en, mits niet kwetsend, wordt het geplaatst.

Mariniers

Dat het vrijdag de dertiende was bleek wel heel duidelijk uit de column van "KRAS".
Om het hele korps Mariniers meteen maar te betitelen als "een stelletje lamgezopen Rambo's" enz. is wel héél erg kort door de bocht
Uitschieters zijn er altijd wel te vinden, bij het leger, de vloot ,ook inde burgermaatschappij en nu dus bij het Korps Mariniers
Het Korps Mariniers  werd in 1665 opgericht door Michiel de Ruyter en het waren dus geen " jongens van Jan de Wit" zoals KRAS ze cynisch noemde
Het zijn ook geen "Jantjes" beste Kras, Jantjes zijn de matrozen of in ieder geval mensen die bij de Marine dienen.
Het Korps Mariniers is óók een onderdeel van Koninlijke Marine, maar wel een onderdeel met een hele aparte status
Dus als een columnist zijn oordeel over een onderdeel van de Nederlandse strijdkrachten tracht weer te geven, dan zou ik hem aanraden eerst eens goede informatie in te winnen en niet meteen als " een lamgezopen Rambo" achter zijn typemachine te duiken en vuil te spuien over een Korps dat in zijn 341 jarig bestaan zijn sporen wel ruimschoots heeft verdiend.
Als Kras dan tóch zo graag sensatieverhalen kwijt wil, dan kan hij maar beter soliciteren bij de sensatie en roddelblaadjes waarvan er meer dan genoeg in omloop zijn

Thei Janssen
Oud Marinier en veteraan

Oostplein

 

Oude Marinierskazerne Oostplein in Rotterdam

"Het Korps Mariniers en de stad Rotterdam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden."
Dat zegt commandant Erik Blommestijn van de Van Ghentkäzerne.
"Het Korps Mariniers en  Rotterdam hebben een lange
 historie samen. Dit jaar is het zestig jaar geleden dat deze kazerne ,open ging. Maar we . zitten'hier al veel langer..
Hier zijn grote zeehelden voortgebracht. Vanuit Rotterdam gingen we op oorlogspad om de Engelsen de oren te wassen.

Oude Rotterdammers verwijzen meestal naar de strijd bij de Maasbruggen, waar een kleine groep mariniers lange tijd stand hield tegen de Duitsers. Pas na de capitulatie gaven ze zich over.
Zwarte duivels noemden de Rotterdammers de mariniers destijds. Als je ziet hoe warm er toen in Rotterdam werd geschreven over de terugkeer van de mariniers naar deze stad na de Tweede Wereldoorlog. Dat straalt emotie en dankbaarheid uit. Dat hoef je vandaag de dag niet meer te verwachten van een krant:
Rotterdam heeft een echte aanpakkersmentaliteit. Dat spreekt ons als Korps wel aan. Ons meest favorieten schip is niet voor niets Hare Majesteit de Rotterdam,het werkpaard van de marine, waarop alles kan. Rotterdam is toch de bakermat van de mariniers in Nederland. Hier komt elk marinier nier naar binnen."
Ook staatsecretaris van der Knaap, zelf Rotterdammer, wijst op de historische  band tussen Rotterdam en de mariniers. "Deze regio is bijzonder belangrijk vanwege de Tweede Wereldoorlog., De mariniers horen gewoon bij Rotterdam. Vandaar dat ik  daar zelf ook bepaalde gevoelens bij heb."
Het is volgens hem ook van groot belang dat de marinierskazerne in deze grote stad blijft. "Om de mensen te laten zien dat er een krijgsmacht is."
van der Knaap vindt het Korps Mariniers, gezien alle interventies in het buitenland, belangrijk. Daarom' is vorig  jaar besloten het Korps mariniers met 250 man uit te breiden. Die komen bovenop de 3100 mariniers die Nederland nu al telt.
Verder wordt binnenkort de Van Ghentkazerne flink opgeknapt, kondigt staatssecretaris Van der Knaap aan                                             

Uit:AD 28-10-’06
                                                             

Muiterij?

Geachte heer-Slijkhuis van de Mariniers,
Wanneer organiseren de Mariniers een soort muiterij tegen de regering door het torentje van J.P. Balkenende te bezetten en het Ministerie van Defensie van de buitenwereld af te grendelen.
Jullie moeten vuile handen maken, terwijl die sukkels in Den Haag vanachter hun bureaustoel gaan bepalen of dat ethisch verantwoord is. Een van mijn vrienden is marinier geweest en de lijfspreuk van de Mariniers is: "Bloed moet, pijn is fijn." Een Surinaamse vriend zei er dan altijd achteraan: "En jeuk is leuk." Hebben J.P. Balkenende en Henk Kamp geen idee wat oorlogshandelingen zijn?

Muiterij a.b.van Hr.Ms.”De zeven Provincien

Als er iemand strafrechterlijk vervolgd moet worden, dan zijn het jullie opdrachtgevers, want door hen komen jullie in situaties terecht waarin ethisch handelen zeer moeilijk is.
Een oom van mij is dienstplichtig marinier geweest en heeft tijdens de reis met de Boissevain naar de politionele acties in Indonesië ook vastgezeten voor muiterij, omdat hij met enkele maten op een dek is geweest, wat verboden was voor gewone militairen. Gewone militairen mogen hun leven geven, terwijl de hoge omes mooi weer spelen.
In de jaren tussen de proclamatie van de Republiek Indonesië in 1945 en de soevereiniteitsoverdracht van eind 1949 heeft Nederland twee grote militaire offensieven tegen de Republiek Indonesië uitgevoerd. Om niet te worden beticht van het voeren van een koloniale oorlog, werden deze offensieven versluierend 'politionele acties' genoemd. De Nederlandse regeringen durven het beestje nooit bij het naampje te noemen, omdat ze lafhartig zijn en de VOC-mentaliteit van de Nederlandse mariniers ontberen die Nederland groot heeft gemaakt, maar wel met de winst strijken, terwijl u uw leven mag geven voor het vaderland.
Met vriendelijke groet, Jan Schouten.

NB. De inzender van dit artikel weet natuurlijk heel goed dat mariniers nimmer in opstand zullen komen tegen het gezag hetgeen zij dienen en dat zal hij ook niet letterlijk bedoelen. Dat het werk van de mariniers door de politiek niet altijd goed wordt begrepen, of verkeerd wordt beoordeeld, is wel aan de orde.Dáár is nu die zelfde politiek voor. die tevens de opdrachtgever is, om het wel te begrijpen.Wij mariniers blijven echter onwankelbaar trouw aan het gezag.                                  

Dames en de krijgsmacht

Geachte heer Slijkhuis,
Uiteindelijk is uit Noors onderzoek gebleken, dat de Nederlandse mariniers zich hebben laten provoceren door de plaatselijke jeugd van Karasjok. Opmerkelijk is, dat de Nederlandse justitie het Noorse onderzoeksrapport opvraagt om te bekijken. of de Nederlandse mariniers alsnog in Nederland kunnen worden vervolgd.

het is even wennen, maar het lijkt mij niet onaardig

Dit zegt volgens mij genoeg over hoe kinderachtig en zielig ambtenaren van politie, justitie en defensie in Nederland zijn.. Spijkers op laag water zoeken om mensen die bereid zijn hun leven voor de in Nederland woonachtige bevolking te geven alsnog te kunnen straffen voor futiliteiten. Noren stammen af van de Vikingen en zijn niet kinderachtig.

In 1992 was ik in Zuid-Afrika en daar hadden Zuid-Afrikaanse militairen die jarenlang in een guerilla-oorlog waren verwikkeld in Angola eens een hele luxe trein totaal gesloopt zonder dat zij vervolgd zijn, omdat men welbegreep dat die jongens na zoveel gevaar in Angola te hebben ondervonden zich ook eens moeten kunnen laten gaan. Je kunt het niet goed praten, maar het is wel begrijpelijk.
Bij politie, justitie en defensie werken teveel vrouwen, waardoor in
Nederland wetten en regels belangrijker zijn dan mensen. Denk maar aan de uitspraken van Rita Verdonk. Straks zullen ook bij de mariniers vrouwen toetreden en dan weet je dat je strikt volgens de regels moet handelen, zodat een marinier niet meer kan doen waarvoor hij is opgeleid, namelijk het uitvoeren van gevaarlijke missies. Vrouwen in de krijgsdienst is vragen om moeilijkheden. Natuurlijk mogen er wel vrouwen op kantoor en in de
verpleging werken, maar in gevechtstenue is het een ramp. Dan heb je als man het idee, waarvoor vecht ik nog eigenlijk, want zij weten alles beter en
doen alles beter. Of zijn alle vrouwen net zoals de vrouwen uit het antieke Sparta van 2300 jaar terug.
Met vriendelijke groet, Jan Schouten

NB. Mariniers zijn in het algemeen niet vrouw-onvriendelijk dát kan ik u verzekeren, maar om ze nu als collega te hebben, met een taakbeheersing die eigen is aan het Korps Mariniers,lijkt mij niet ideaal. Zowel het korps als de vrouw verliezen beide hun waarde.Toch zijn er genoeg functies binnen de krijgsmacht die door vrouwen goed zijn te bezetten en bezet zijn en waarmee de mannen geen enkele moeite hebben.Maar aan een korpscommandant met twee rode biezen in haar rok moet ik toch niet denken.                                                                

Waarom die ongelijkheid in de Veteranenstatus?

Onderstaand artikel is ingezonden door de heer Tom Boin op 130409. In de rubriek “Mijn Verhalen” heb ik dit onderwerp al eerder uitvoerig aan de orde gesteld en ben het dus volkomen met de inzender eens. Hij had toen mijn mening nog niet gelezen waaruit u kunt afleiden dat deze man, en met hem duizenden, volkomen terecht teleurgesteld is in de besluitvorming die door de regelgevers is genomen en dat dit onderwerp nog steeds diepe groeven achterlaat bij een grote groep die miskend wordt.

Hans Slijkhuis.

Ingezonden stuk

Ik wilde in u gastenboek reageren, maar het verhaal bleek te groot, dus dan maar zo !!
gr Tom Boin

Moet u eerst even melden dat dit een hele mooie duidelijke en overzichtelijke site is. U (de Hr Slijkhuis) heeft mij zaterdagmiddag (11apr) gebeld en verraste mij daar zeer mee. U had een ingestuurde brief van mij gelezen in de ""Check Point". Aangezien ik daar geen lid van mag zijn (en misschien wel terecht) had ik dit dus niet gelezen. Ondertussen nu wel (krijg altijd het exemplaar van de buurman) en vond u reactie echt geweldig zeker nu ik van u decoraties en loopbaan weet bij het korps. U verzocht mij om hier op u site nogmaals mijn mening te geven over het veteranen beleid . Het gaat om het volgende dus, ik heb na 34 jaar trouwe dienst de Koninklijke Marine moeten verlaten op 50 jarige leeftijd. Toen ik mij op gaf bij de veteranen bond kreeg ik heel verrassend "0" op het rekest ! Dat was even schrikken , ik was niet uitgezonden geweest.....was het enige geldende antwoord ! Ik dacht dat het woord veteraan heel ergens anders voor stond, net zoals in de sport bijvoorbeeld , daar ben je al zo gekenmerkt als je 35 jaar bent. Maar bij defensie werkt dat allemaal even anders ! Je bent ineens helemaal niks meer, je hoort nergens meer bij, geen Alle Hens meer en dat soort dingen ! Gewoon het gevoel van weggeschopt zijn ...walgelijk !!Ik alle instanties benadert maar overal het antwoord ...de minister beslist ! Heel kort door de bocht en een antwoord van niks ! Maar nu zijn er een paar mensen uit het korps (die trouwens wel veteraan zijn !!) die hard aan het werk zijn geweest om de "koude oorlog veteranen" in het leven te roepen ! Daar ben ik al HEEL ERG BLIJ MEE !! Mag ik wel zeggen, ik hoor er weer bij.....zo voelt het ! Tenslotte heb ik er nooit wat aan kunnen doen dat ik niet uitgezonden ben geweest ! Bij de marine moest je gewoon mazzel hebben dat je schip (die trouwens nooit in oorlog geweld terecht kwamen)werd uitgezonden. Maar heb wel jaren achter de russen aan mogen jagen , wat in mijn opinie was voor de vrijheid waar Europa nu in leeft ! Maar goed zo heb nog wel een paar voorbeelden . Nog even voor de duidelijkheid , ik (en zo zijn er nog velen maar die hoor je niet !) wil absoluut niet de rechten die de "echte veteranen" hebben, maar alleen maar het gevoel om er weer bij te horen dat is genoeg !!
Ik dank de heer Slijkhuis dat hij mij om deze uitleg gevraagd heeft en zal zijn site nu dan ook regelmatig bezoeken !!
 
Gr. Tom Boin ;)
 

Ingezonden door John Visser. Oud Marinier en thans AOO-KLu bd

ik wil toch wel graag reageren in de rubriek; “Ingezonden stukken”, naar aanleiding van het schrijven van de Heer Tom Boin, over het Veteraan zijn.


Als *Koude oorlog figuur* gediend te hebben als beroeps-Marinier chauffeur 1951-1957 en afgezwaaid als Adjudant van de Kon.Luchtmacht 1957-1989, voel ik mij ook gepasseerd. Ik ben wel uitgezonden geweest naar Aruba 1953-1954, maar ik val echt buiten de boot om als Veteraan aangemerkt te worden. De naam van Veteraan kan erg uiteen lopen. Hoe ik het kan bekijken zijn er Oorlogsveteranen, oudere Veteranen, jongere veteranen en bedenk maar wat.


Militairen en gewezen militairen hebben hun eigen cultuur en een ieder die afgezwaaid is, wil een erkenning hebben, ongeacht of men nu beroeps of dienstplichtig is geweest. Overigens, zo ver mij bekend is; hebben de buitenlandse militairen wel een herinnerings-medaille van de Koude-oorlog ontvangen, Maar waarschijnlijk loopt Nederland toch wel wat achter op dit gebied en is het kennelijk veel te moeilijk voor Defensie om de wetten van de Veteranen aan te passen.


Verder ben ik ook één van de velen die een steentje heeft mogen bijgedragen om de grote vrede’s-missie van de NATO, te volbrengen en dat was de “Koude-oorlog”.  Na vele lange jaren in het buitenland gediend te hebben is het toch geen vergeten oorlog.   Velen met mij voelen ons Koude Oorlog Veteraan. Het wordt tijd dat Defensie de nodige maatregelingen treft.   Inmiddels ben ik aangesloten bij de Unie van de Nederlandse Veteranen – Koude Oorlog Veteranen.

 
Laat het duidelijk zijn  dat ik absoluut niet gelijk wil staan met de collega’s die volgens de gestelde criteria wel als Veteranen zijn aangemerkt, maar een Koude Oorlogsveteraan was ook op missie in dienst van de vrede en die ontbreekt nog in de besluitvorming. Die bepaling  dient verandert te worden

Met vriendelijke groeten, John Visser.

 

Mijn inzending

Toelichting inzending van de heren Boin en Visser.
Ik weet dat de ingezonden stukken geheel voor de verantwoordelijkheid zijn van de inzender en dat daar, door derden, niets aan moet worden toegevoegd of weggelaten. Deze toelichting is dan ook geheel voor mijn verantwoordelijkheid en doet niets af van de beide artikelen. Het begrip veteraan is inmiddels bij een ieder bekend, maar de criteria waarop dat is gebaseerd is bij vele oud collega’s, ook bij de geregistreerde veteranen, volkomen onbegrijpelijk. Gedurende de koude oorlog zijn massaal gevechtseenheden paraat ingezet om een derde wereldoorlog te voorkomen en hebben in oost Europa vele jaren doorgebracht en er zelfs gewoond. De inzet van deze plaatsingsmutatie was om een goede verdedigingslinie te waarborgen tegen een eventuele aanval op west Europa.

Die linie liep van de Zwarte zee tot aan de Poolcirkel en was toepasselijk ter land, ter zee en in de lucht. Stelt u zich eens voor als daar ook maar één grensoverschrijdend incident  had voorgedaan, dan waren de rampzalige gevolgen niet te overzien. De wereldbevolking mag de Schepper van deze planeet dankbaar zijn dat dit nimmer is gebeurd. Dit is mede te danken aan de grote en goede verdedigingsgordel die het westerse bondgenootschap als tegenwicht had opgebouwd en waar een groot deel van de Nederlandse Krijgsmacht deel van uit maakte. Zij waren 24 uur per dag, en meer dan 25 jaar, dagelijks paraat in dienst van de vrede met een buitengewone en risicovolle opdracht. Zij zijn echter geen veteraan en hebben dus ook geen enkel recht op de faciliteiten die aan de veteranenstatus is toegekend.

Vergelijkbaar met andere missies deden zij niets anders, behoudens dat het in oost Europa nimmer tot daadwerkelijke gevechtshandelingen is gekomen. Ik kan u, uit eigen ervaring, vertellen dat ook bij die andere missies niet iedereen bij gevechtshandelingen betrokken is geweest en die situatie, direct of indirect, ook maar enigszins ervaren hebben. Doordat zij een bepaalde periode in dat gebied zijn geweest zijn echter wel veteraan en terecht. Maar waarom zijn die collega’s van de Koude Oorlog dat dan niet? Voor mij is dat volkomen onbegrijpelijk. Hoe de bepalingen, vastgelegd in de criteria, zijn behoeft u mij niet uit te leggen. Het gaat juist om het aanpassen van die criteria zodat er een duidelijk, maar vooral een consequent beleid wordt gevoerd zodat er niet een grote groep collega’s zich miskend voelen. Dat is helaas nu wel het geval. Ik wil u met nadruk zeggen dat ik niet voor eigen parochie spreek want ik voldoe aan alle normen die gesteld zijn aan de huidige veteranenstatus.Maar de groep die ik in dit artikel benoem voldoet daar ook aan en die wordt die waardering ten onrechte onthouden.

Indien u er anders over denkt hoor ik dat graag met een gemotiveerde goede onderbouw.
Met vriendelijke groeten.
Hans Slijkhuis.
 

 

Oproep van Arie de Keyzer

Ik heb deze oproep in CheckPoint geplaatst Hans. Hopelijk krijg ik hierop enige reacties.


OPROEP

19 jaar geleden heb ik een oproep geplaatst voor een reünie van onze beroepsklas 16 uit Doorn (1947-1948) Ongeveer 20 man hebben hieraan toen deelgenomen in Oegstgeest, o.a. Verhees, den Broeder, Frans Derks, Maarten de Wit, Jacobs, Wielaard, Helms, Smolders, v.d.Weiden en Löveleger. Helaas heb ik sindsdien nooit meer iets van hen vernomen. We zijn nu allemaal 80 plussers en Ik weet van enkelen dat ze intussen zijn overleden, maar er moeten er toch nog wel een stel in leven zijn, ik ben! Een andere reünie zit er misschien niet meer in, maar je kunt e-mailen, bellen of schrijven. Zou het niet geweldig zijn als we nog een keer  konden bijpraten en herinneringen ophalen? Laat wat van je horen!
Mijn E-mail adres is adekeyzer1113@rogers.com Telefoon 1-519-657-2715.

Arie de Keyzer
19 Woodland Dr. RR5
Komoka. On. N0L 1R0
Canada

Papoea-gidsen verdienen eerbetoon

Inleiding

Peter H Boegborn is commandeur bd en heeft van 1959 tot 1962 in Nieuw Guinea gediend. In Manokwari was hij Ltza.2 met de functie van kashoudend officier en tevens kleding en voeding officier. Vanuit die functie zette hij, in de kazerne, de eerste Nederlandse supermarkt op voor de Nederlandse gezinnen in Manokwari waar vele artikelen te koop waren. Van pinnen had nog nooit iemand gehoord, betalen hoefde ook niet maar je moest wel tekenen voor de ingekochte artikelen. en eind van de maand werd het van je salaris ingehouden. Willem den Toom en ik waren de verkopers en mijnheer Boegborn met de kplbott. Nieuwboer zorgde voor de aanlevering en de inkoop. Zijn belangrijkste taak was, naast de reeds genoemd, de logistiekeondersteuning van de operationele eenheden die zich in de operatiegebieden bevonden waardoor hij precies wist wat zich daar allemaal afspeelde en waar de meeste behoefte aan was. Dit deed hij op een voortreffelijke wijze. Het was een man met visie. Hij is nu op zoek naar oud gidsen, militairen van het PVK en informanten die ook daadwerkelijk aan de operaties hebben deelgenomen in NNG en nimmer de erkenning hebben gekregen die hen toekomt. Zij die het leven daarbij lieten dienen in Ere vermeld te worden bij het Nationaal monument in Roermond. U kunt hem daar mogelijk bij helpen. Mail uw bijdragen door aan peterhboegborn-c@telfort.nl of aan mij. Met hartelijke dank.     

Hans Slijkhuis

De motivatie

“Namen noemen is de sterkste, meest intense, meest persoonlijke vorm van herdenken.”

Indrukwekkend voorbeeld hiervan is Vietnam Veterans Memorial Wall in Washington DC, waar de namen van ruim 58.000 Amerikaanse gesneuvelden in de Vietnam oorlog zijn vermeld, maar ook het Nationaal Indië (NIM) in Roermond waar op meerdere zuilen de namen van de meer dan 6.200 gesneuvelden van de conflicten in voormalig Nederlands Indië en Nieuw Guinea zijn opgetekend.

In dienst van de Nederlandse strijdkrachten in Nieuw Guinea waren ook de militairen van het Papoea Vrijwilligerkorps(PVK) en de Papoea-gidsen, die de gevechtspatrouilles van de Mariniers en de Koninklijke landmacht op waardevolle wijze hebben ondersteund. Door hun natuurlijke opmerkingsgaven en terreinkennis is het aantal gesneuvelden en gewonden aan Nederlandse kant n.m.m. mede beperkt gebleven. Van het PVK waren geen gesneuvelden te betreuren, wel enkele gewonden. Van de papoea-gidsen valt dat helaas niet te melden.

Het boek “Afscheid van Nieuw Guinea” van Elands en Staarman op blz. 205 (verlieslijsten) vermeldt dat er minstens 6 niet met name genoemde papoea-gidsen in de periode 1961-1962 zouden zijn gesneuveld. 
Het boek van G.K.R. de Roos: “Nieuw Guinea, De marinierskant van het verhaal” vermeldt geen namen, maar wel plaatsen en tijdstippen van 6 door infiltranten gedode papoea-gidsen.

De actieverslagen vermelden het volgende.

In het N-deel van het Onin schiereiland werden in de omgeving van de kampongs Mam Boeni Boeni en Nemboektep van 23-5 tot 21-6 1962 acties tegen infiltranten uitgevoerd door een combinatie van eenheden van mariniers, KL en PVK. Op 28 mei 1962 bleek een papoea-gids spoorloos te zijn verdwenen. Op 3 juni 1962 werd zijn lijk gevonden. Hij bleek na zware mishandeling door de Indonesische infiltranten te zijn overleden.

Ook op het Onin schiereiland nabij kampong Mamoer, Z. van Kokas sneuvelde, tijdens een actie uitgevoerd door mariniers en KL eenheden, op 24 juni 1962 wederom een papoea-gids
Op 25 juni 1962 werd een papoea van de lokale bevolking vermoord.
Van deze papoea is niet duidelijk of hij als gids deel uitmaakte van de NL eenheden.

Op 19 juni 1962 overviel een gecombineerde gevechtspatrouille van mariniers en KL een infiltranten (para) bivak aan de Karora rivier, N. van Kaimana, omgeving Straat Toengara. Hierbij sneuvelde een papoea gids.
Nabij kampong Matoea sneuvelde in die zelfde periode tijdens een kort vuurgevecht wederom een papoeagids. De eigen eenheid was een gecombineerde mariniers- en bevolkingspatrouille.

In de omgeving van Merauke werden in de periode juni-juli 1962 acties tegen infiltranten (para’s) uitgevoerd. Op 15 juli 1962 sneuvelde tijdens een vuurcontact nabij kampong  Tomerau een papoea-gids. Hij maakte deel uit van een marinierspatrouille.

Om deze mensen op onvergetelijke wijze te kunnen herdenken is het achterhalen van hun namen noodzakelijk. Hierbij zou ik iedereen die betrokken is geweest bij genoemde čn andere acties willen vragen mij aan nadere informatie te willen helpen.

Doel is de namen, wanneer bekend, te vermelden op een gedenkplaquette, te plaatsen bij b.v. het NIM, om hen daarmee daadwerkelijk de eer te verschaffen die hen al meer dan 40 jaar toekomt.
De boodschap van toenmalig minister-president Prof De Quay in zijn toespraak na ondertekening van het accoord van New York van 1962 komt dan eindelijk geheel tot zijn recht: “Met deernis gedenk ik de jongemannen, Papoea’s en Nederlanders, die bij het volbrengen van hun taak zijn gesneuveld.”

In het verlengde hiervan ligt dan ook de wens dat de nog in leven zijnde Papoea’s, in militaire dienst geweest zijnde van het Koninkrijk der Nederlanden als militair of informant, de veteranenstatus wordt verleend en het Nieuw Guinea Herrineringskruis wordt toegekend. Eerder is door een vorige directeur van het Veteraneninstituut daartoe een poging ondernomen, maar (nog) niet gelukt

P.H.Boegborn, Leersum,
 

zij waren trouwe medestrijders

Links de lokale gidsen en rechts het PVK op oefening. Vooral de lokale gidsen waren van levensbelang. Vergeet hen niet.